Conclusie
middelbevat een klacht over de bewezenverklaring, voor zover deze inhoudt dat de verdachte zich tezamen en in vereniging met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een waterscooter.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft de diefstal van een waterscooter uit een schuur te Elshout in de periode van 5 tot 6 juli 2011. Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens medeplegen van diefstal door braak, waarbij hij samen met anderen het zwaarwegende voertuig heeft weggenomen. Het hof baseerde zijn oordeel op verschillende bewijsmiddelen, waaronder braakschade aan de schuur, overeenkomsten tussen schoensporen op de plaats delict en de schoenen van verdachte, en het bandenprofiel van een bedrijfsauto waarin de waterscooter werd aangetroffen.
De verdediging voerde aan dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte uitvoeringshandelingen had verricht en dat er geen technisch-forensisch onderzoek was gedaan naar de schoensporen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de omstandigheden in onderlinge samenhang had beoordeeld en dat het bewijs voldoende was om medeplegen aan te nemen. De klacht faalde en het cassatieberoep werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin verdachte werd veroordeeld tot tien weken gevangenisstraf wegens diefstal door twee of meer verenigde personen met braak. De zaak hangt samen met twee andere aanhangige zaken tegen dezelfde verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien weken gevangenisstraf voor medeplegen diefstal door braak van een waterscooter.