Conclusie
[klager]
middelklaagt over de motivering van de gegrondverklaring van het klaagschrift. Daartoe wordt aangevoerd dat de Rechtbank bij de beoordeling van de vraag of het belang van strafvordering zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen verzet, vooruit is gelopen op de mogelijke uitkomst van een nog te voeren procedure in de hoofdzaak.
bestemdwaren voor de beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt en dat klager dit wist of ernstige reden had om dit te vermoeden. Zo, gelet op de beperkte informatie in het dossier over de goederen die in beslag zijn genomen en de verklaring van verdachte in raadkamer over deze goederen, al vast zou staan dat klager goederen voorhanden heeft gehad die geschikt zijn voor de beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt, is dit onder deze omstandigheden onvoldoende om een criminele intentie ten aanzien van de bestemming van deze goederen aan te nemen. Daarnaar gevraagd heeft de officier van justitie in raadkamer verklaard dat daar naar ook geen onderzoek is verricht. Gelet daarop acht de rechtbank het op basis van het thans beschikbare dossier hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen goederen zal verbeurd verklaren of zal onttrekken aan het verkeer. Ook overigens is niet gebleken van een strafvorderlijk belang bij handhaving van het beslag. Derhalve dient het klaagschrift gegrond te worden verklaard.”