ECLI:NL:PHR:2016:157

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 januari 2016
Publicatiedatum
29 maart 2016
Zaaknummer
15/02267
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 447 lid 5 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring klager in cassatieberoep wegens niet-indienen middelen

De Rechtbank Oost-Brabant heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar op grond van artikel 552a Sv. Klager stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De aanzegging van het cassatieberoep is op 9 juni 2015 aan klager persoonlijk betekend. Echter heeft klager niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman een schriftuur met middelen van cassatie ingediend, zoals vereist volgens artikel 447 lid 5 Sv Pro.

Hierdoor is het voorschrift van artikel 447 lid 5 Sv Pro niet nageleefd, hetgeen leidt tot niet-ontvankelijkheid van klager in zijn cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt dan ook tot niet-ontvankelijkverklaring van klager. Deze zaak is gerelateerd aan een andere zaak tegen klager (15/02266B), waarin eveneens een conclusie is uitgebracht.

Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen door een raadsman.

Conclusie

Nr. 15/02267 B
Zitting: 26 januari 2016
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[klager] [1]
1. De Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch heeft bij beschikking van 20 februari 2015 klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn op de voet van art. 552a Sv ingediende bezwaar.
2. Tegen deze uitspraak is namens klager cassatieberoep ingesteld.
3. De aanzegging in cassatie is op 9 juni 2015 betekend aan klager in persoon. Een schriftuur is niet binnengekomen. Nu klager niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 447 lid 5 Sv Pro niet in acht genomen, zodat klager reeds hierom niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klager in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met de zaak tegen klager (15/02266B), waarin ik ook vandaag zal concluderen.