ECLI:NL:HR:2016:527

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 maart 2016
Publicatiedatum
29 maart 2016
Zaaknummer
15/02267
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 447 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring klager in cassatie wegens ontbreken middelen van cassatie

De klager heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant betreffende een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv. Echter heeft de klager niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman schriftelijke middelen van cassatie ingediend, zoals vereist op grond van artikel 447, vijfde lid, Sv.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en geoordeeld dat het ontbreken van middelen van cassatie betekent dat het beroep niet ontvankelijk is. Hierdoor kan de Hoge Raad niet inhoudelijk op het beroep ingaan.

De beschikking is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 29 maart 2016. De klager is daarmee niet ontvankelijk verklaard in het beroep in cassatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen van cassatie.

Uitspraak

29 maart 2016
Strafkamer
nr. S 15/02267 B
AGE/SG
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 20 februari 2015, nummer RK 14/1794, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de klager niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 447, vijfde lid, Sv, zodat de klager in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 maart 2016.