ECLI:NL:PHR:2016:1483
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon voor opzettelijke overtreding zorgplicht bodemverontreiniging met PCB's
De zaak betreft de opzettelijke overtreding van de zorgplicht ex artikel 13 Wet Pro bodembescherming door een rechtspersoon die verontreinigde grond met PCB's in en rondom funderingsvlakken aanbracht. Het hof had bewezen verklaard dat de projectleider, handelend namens de rechtspersoon, op de hoogte was van de verontreiniging en desondanks opdracht gaf tot het hergebruik van de grond zonder maatregelen ter bescherming van de bodem.
De verdediging stelde dat de projectleider mocht vertrouwen op een mededeling van een gespecialiseerd bedrijf dat de grond mocht worden toegepast, en dat er geen opzet was. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom die mededeling niet mocht worden gevolgd en dat het bewijs van het opzet ontoereikend is. Tevens is geoordeeld dat het Besluit bodemkwaliteit, met name artikel 36 lid Pro 3, niet afdoet aan de zorgplicht uit de Wet bodembescherming.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe beoordeling van het beroep op het bestaande dossier. De zaak betreft een economisch delict waarbij de rechtspersoon als dader wordt aangemerkt voor het opzettelijk niet naleven van de zorgplicht bij bodemverontreiniging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.