Uitspraak
1.Geding in cassatie
21 mei 2012, vastgelegd in het proces-verbaal van die terechtzitting, p. 2, voor zover die verklaring inhoudt:
0,4 à 0,5 meter (geschatte hoeveelheid 392 m3).
[C] BV heeft tevens een deel van de door hen ontgraven grond indicatief laten keuren. Uit de analyseresultaten van de indicatieve keuring, welke aan [betrokkene 5] bij brief van 24 januari 2008 werden gemeld, valt op te maken dat er mogelijk sprake is van ernstig verontreinigde grond. Tijdens de bouwvergadering van 19 februari 2008 wordt, in aanwezigheid van onder andere [betrokkene 3] van [verdachte] , door [betrokkene 7] namens [betrokkene 1] , directeur bij [A] BV, medegedeeld dat de grond van het depot in de bouwput zal worden toegepast. [betrokkene 3] geeft hierop [C] BV de opdracht de grond in het depot in de bouwput toe te passen.
[C] BV voert deze opdracht vervolgens uit. Hierbij worden geen bodem beschermende maatregelen getroffen. Voorts is op 26 mei 2009 uit onderzoek van [E] gebleken dat de grond, welke reeds tussen de funderingen was aangebracht, sterk verontreinigd is met PCB's.
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Slotsom
6.Beslissing
14 februari 2017.