Conclusie
1.Feiten
2.Het procesverloop
“De vordering in conventie wordt dan ook vermeerderd tot het in het schema aangegeven bedrag van primair € 457.051,11 waarbij voor de rentevergoeding geldt dat Oceanteam door het niet ontvangen van de fondsen van [verweerder] rente heeft gederfd (...); subsidiair wordt gevorderd € 400.826,86 te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de dag van de dagvaarding. ”(vonnis rov. 3.2)
“In maart 2009 wist [verweerder] dus dat OT 90% afslankte en stopte met een aantal kernactiviteiten.”
In reconventie
tot begin 2011heeft het hof als volgt geoordeeld. In het licht van de e-mail van 2 maart 2011 (hiervoor 1.6) en de daarop volgende deelbetalingen in maart 2011 (hiervoor 1.8) hebben Oceanteam c.s. onvoldoende gemotiveerd betwist dat overeenstemming is bereikt over het saldo van de rekening-courant. Deze overeenstemming impliceert naar het oordeel van het hof tevens dat Oceanteam c.s. genoegen hebben genomen met de tot dan toe afgelegde rekening en verantwoording (rov. 3.10.2). Over de periode
tussen begin 2011 en eind 2011heeft het hof het volgende overwogen. [verweerder] heeft als productie 3 bij de akte overlegging producties een overzicht overgelegd waaruit blijkt welke verrekeningen in deze periode hebben plaatsgevonden. Verder heeft [verweerder] hierover in deze procedure rekening en verantwoording afgelegd. Hiertegen hebben Oceanteam onvoldoende gemotiveerd bezwaar gemaakt (rov. 3.10.2). Het hof heeft dienaangaande overwogen als volgt:
na 2011heeft het hof het volgende overwogen. Oceanteam c.s. hebben bezwaar gemaakt tegen de rekening en verantwoording die [verweerder] heeft afgelegd ter zake van de ontvangst van schadebedragen met betrekking tot de Sea Stallion en de premierestitutie terzake van de CLI (en/of de MEI) alsmede de toegepaste verrekeningen (rov. 3.11.1). Naar het oordeel van het hof heeft [verweerder] bij factuur van 18 maart 2013 (productie 7 bij memorie van antwoord) rekening en verantwoording afgelegd over de schade-uitkering met betrekking tot de Sea Stallion. De hoogte van deze schade is volgens [verweerder] met goedvinden van Oceanteam c.s. vastgesteld op € 78.870,97. Van dit schadebedrag diende het eigen risico ad € 12.500,- en het reeds betaalde voorschot van € 47.500,- te worden afgetrokken, zodat de verzekeraar het restant van € 18.870,97 heeft uitgekeerd. Oceanteam c.s. hebben de juistheid van deze bedragen niet betwist (rov. 3.11.2). Wat betreft het door [verweerder] ontvangen bedrag van € 50.000,- voor de premierestitutie heeft [verweerder] zich verantwoord met de factuur van 22 oktober 2013 (productie 8 bij memorie van antwoord). Volgens deze factuur heeft de premierestitutie betrekking op de periode van 15 februari 2009 tot 15 februari 2010 en ziet de restitutie op de CLI. Oceanteam c.s. betwisten niet dat [verweerder] een bedrag van € 50.000,- heeft ontvangen en motiveren niet waarom [verweerder] een hogere premierestitutie had kunnen bedingen. Oceanteam c.s. hebben niet inzichtelijk gemaakt per wanneer hoeveel werknemers zijn afgevloeid en vermogensobjecten zijn verkocht in het premiejaar 2009. [verweerder] heeft gemotiveerd weersproken dat twee deelnemingen zouden zijn verkocht respectievelijk geliquideerd en dat dientengevolge onbemande duikboten ten onrechte onder de dekking van de MEI zouden zijn gebleven (rov. 3.11.3). Het hof overweegt dienaangaande:
Ref de betalingen ook hier is aangewerkt maar je kan je voorstellen dat de besparing van meer dan Euro 120.000,- op enkelt de liability verzekering niet mis is gezien dat 2010 exact hetzelfde was. Wat ook de reden hiervan is het duidelijk dat ik hier eerder had moeten ingrijpen. Helaas waren er andere prioriteiten en mij is altijd gesteld dat dit goed geregeld was. Voor alle duidelijkheid ik ben degene geweest die het besluit genomen om de liability Insurance dit over te sluiten in het belang van Oceanteam en hiermee het verleden verder te laten rusten onder een zacht dekentje, beter voor een ieder leek me.”). Naar het oordeel van het hof brengen voormelde passages uit de e-mail van [betrokkene] met zich dat [verweerder] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat wanneer definitief overeenstemming zou worden bereikt over de rekening-courant, Oceanteam c.s. hierdoor tevens instemden met de hoogte van de in 2009 en 2010 in rekening gebrachte premies en Oceanteam c.s. hun recht prijsgaven om schade vanwege (vermeend) te hoge premies te vorderen. Nu Oceanteam c.s. niet hebben aangevoerd dat na verzending van voormelde e-mail maar vóórdat partijen definitief overeenstemming bereikten over de rekening-courant, de door de e-mail van [betrokkene] gewekte indruk ongedaan is gemaakt, is voormeld door de e-mail gewekt vertrouwen blijven voortbestaan. Oceanteam c.s. hebben hun stelling dat [verweerder] er rekening mee moest houden dat pas later tot hen door zou dringen dat de premies niet klopten, onvoldoende onderbouwd. De relevante informatie voor de veronderstelling dat de premies mogelijk te hoog waren (minder werknemers en materiaal maar desondanks gelijkblijvende premies) was in maart 2011 binnen Oceanteam c.s. al geruime [tijd] bekend en daarover was tussen partijen discussie ontstaan. Desondanks is overeenstemming over de rekening-courant en de betalingen bereikt.
3.Het cassatiemiddel
eerste plaatsgeeft het dossier de indruk dat Oceanteam c.s. noch [verweerder] in deze aangelegenheid steeds even zorgvuldig en voortvarend zijn opgetreden. In de
tweede plaatsbetreft de vordering een verklaring voor recht dat [verweerder] tekort is geschoten en bedragen aan Oceanteam c.s. dient te betalen. De verhouding met het verwijt over een ontoereikende rekening en verantwoording is niet aanstonds duidelijk. In de
derde plaatsvalt op dat het hof de verwijten in enkele tamelijk bondig geformuleerde overwegingen als onvoldoende concreet op grond van de stelplicht heeft verworpen.
4.Bespreking van de cassatieklachten
eerste onderdeelricht zich tegen het oordeel dat [verweerder] voldoende rekening en verantwoording heeft afgelegd. [verweerder] heeft als meest verstrekkend verweer tegen die klacht aangevoerd dat Oceanteam c.s. geen belang hebben bij die klacht.
ratiovan de verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording kan het volgende worden opgemerkt. De opdrachtnemer opereert in een zekere zelfstandigheid. De opdrachtgever moet – teneinde het evenwicht te herstellen – in staat worden gesteld om controle uit te oefenen op hetgeen de opdrachtnemer heeft gedaan. De verplichting om verantwoording af te leggen strekt ertoe de opdrachtgever te informeren over de uitgevoerde werkzaamheden, de keuzen die daarbij zijn gemaakt en de redenen die aan die keuzen ten grondslag lagen. [16]
inhoudvan de verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording valt het volgende te zeggen. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de rekenplicht en de verantwoordingsplicht. De rekenplicht maakt deel uit van de verantwoordingsplicht, maar valt daarmee niet samen; de rekenplicht kan als een specifieke uitwerking van de meer algemene verantwoordingsplicht worden gezien. [17] Zij houdt in dat rekening wordt gedaan van de ontvangen inkomsten en gedane uitgaven. Deze plicht bestaat in ieder geval indien de opdrachtnemer ten laste van de opdrachtgever gelden heeft uitgegeven of te diens behoeve gelden heeft ontvangen. [18] Als de opdrachtnemer gelden voor de opdrachtgever heeft geïnd, rust op de opdrachtnemer de bewijslast dat deze gelden aan de opdrachtgever zijn afgedragen. [19]
omvangvan de verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording is van belang dat art. 7:403 BW Pro van regelend recht is. Partijen zijn dus vrij om eigen afspraken te maken. In dat geval toetst de rechter of de opdrachtnemer op de afgesproken wijze rekening en verantwoording heeft afgelegd. [20] Is er geen afspraak gemaakt, dan is de omvang van de verplichting afhankelijk van de omstandigheden van het geval. [21] Gezien de veelheid aan verschijningsvormen die de overeenkomst van opdracht kan aannemen, zijn hiervoor eigenlijk geen zinvolle algemeen geldende regels te geven. Relevante omstandigheden van het geval zijn onder meer de verhouding tussen partijen, hun deskundigheid en eventuele beroepsregels waaraan de opdrachtnemer gebonden is. [22] Aangenomen wordt wel dat dat de rekenplicht strenger is naarmate bijvoorbeeld de verhouding tussen partijen minder familiair en meer zakelijk van aard is. [23]
eerstgenoemde periodeheeft het hof vastgesteld dat partijen begin 2011 overeenstemming hebben bereikt over het saldo van de rekening-courant en dat dit impliceert dat Oceanteam c.s. tevens genoegen hebben genomen met de door [verweerder] tot dan toe afgelegde rekening en verantwoording. Naar het oordeel van het hof omvat de overeenstemming tussen partijen dus mede een aanvaarding van de rekening en verantwoording over de periode tot begin 2011. Oceanteam c.s. hebben tegen dat oordeel geen cassatieklacht gericht. Subonderdeel 1.1.2 vermeldt:
de tweede en derde periodeheeft het hof in essentie overwogen dat [verweerder] met zijn facturen van 18 maart 2013 en 22 oktober 2013 voldoende rekening en verantwoording heeft afgelegd. Het hof heeft hierbij van belang geacht dat Oceanteam c.s. hiertegen geen gemotiveerde bezwaren hebben aangevoerd.
wettelijke(handels-) rente. [verweerder] zou daarop namelijk geen aanspraak hebben gemaakt. Bij strikte lezing zou deze klacht bij gebrek aan feitelijke grondslag falen. Het oordeel van het hof houdt namelijk in dat sprake is van een verrekening in een rekening-courantverhouding. Het oordeel van het hof komt er dus klaarblijkelijk op neer dat de hoofdsom van [verweerder] in die verhouding moet worden vermeerderd met
contractuelerente.
Standard Groep Holland/ING. [41] Uw Raad overwoog in dit arrest dat uit de aard van de overeenkomst tussen een bank als giro-instelling en haar cliënt doorgaans zal voortvloeien dat een vordering tot vergoeding van schade op de voet van art. 6:212 BW Pro niet in de rekening-courant thuishoort. Dienovereenkomstig hoort een vordering tot vergoeding van schade uit hoofde van een toerekenbare tekortkoming naar mijn mening niet thuis in de rekening-courant tussen een verzekeringstussenpersoon en zijn cliënt. Die rekening-courant is immers specifiek bedoeld voor de afwikkeling van premiebetalingen en schade-uitkeringen van de verzekeraar.
“Oceanteam Shipping is een nieuw bedrijf en de manier van werken en leveren zoals gewend is niet langer van toepassing”). De directie van Oceanteam steekt in deze mail de hand in eigen boezem voor zover zij niet tevreden is met de bestaande verzekeringen (
“Helaas waren er andere prioriteiten en mij is altijd gesteld dat dit goed geregeld was. Voor alle duidelijkheid ik ben degene geweest die het besluit genomen (heeft) om de liabilityinsurance over te sluiten in het belang van Oceanteam en hiermee het verleden verder te laten rusten onder een zacht dekentje, beter voor een ieder leek me. Problemen blijken te zijn de betalingen en de betrokken persoonlijkheden. Prima, de betalingen kan ik oplossen en voor de rest heb ik er eigenlijk geen mening over”). In diezelfde mail wordt aangekondigd dat Oceanteam de betalingen zal verrichten conform eerdere afspraak onder de voorwaarde dat lopende schades ook worden afgewikkeld. [verweerder] heeft daarop geantwoord bij mail van 3 maart (productie 5).” (cva/cve rec 16)
Standard Groep Holland/ING(hiervoor 4.41) – op zichzelf niet het oordeel dragen dat Oceanteam c.s. hun vordering tot schadevergoeding hebben prijsgegeven. Het hof heeft zijn oordeel dan ook niet slechts op de overeenstemming over de rekening-courant gegrond.
. [43] In dit geval is aan deze maatstaf getoetst. Er is niet beoordeeld of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om aanspraak te maken op schadevergoeding, zoals in dit geval voor het aannemen van rechtsverwerking zou zijn vereist. Ik acht daarom voldoende duidelijk op welke rechtsfiguur het hof het oog heeft gehad.