Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
‘proxy’wil maken voor aandeelhoudersbesluiten kan geenszins worden uitgelegd als een vrijbrief aan [betrokkene 1] om [verweerder] niet meer te informeren. Integendeel, in de e-mail staat voorts dat [verweerder] verwacht ‘
fairly and equally’behandeld te worden in aangelegenheden die zijn positie als aandeelhouder betreffen. De inhoud van deze e-mail legt eens te meer de verplichting op aan [betrokkene 1] zorgvuldig om te gaan met de belangen van [verweerder] als minderheidsaandeelhouder en [verweerder] uit eigen beweging te informeren over voornemens die van invloed kunnen zijn op diens positie. Op grond van deze e-mail en van de onder 2.6 genoemde e-mail van [verweerder] van 29 augustus 2010 was [betrokkene 1] op de hoogte van de wensen van [verweerder] met betrekking tot zijn aandeelhouderschap. In laatstgenoemde e-mail schrijft [verweerder] : “
As I’ve indicated earlier my preference is to maintain my established interests as a shareholder of DEM, but as a silent partner who follows you in your position as shareholder.”
trackingstock. Over de vormgeving van het managementparticipatieplan, die tot gevolg zou hebben dat hij zou verwateren tot 4,6% van de gewone aandelen, is [verweerder] echter niet goed voorgelicht. De mededeling in de algemene vergadering van aandeelhouders van 30 maart 2011 dat bij het doorvoeren van de voorgestelde statutenwijziging geen sprake was van enige verwatering, is daarbij minstgenomen misleidend te noemen.
tracking stockonder letter E is zonder betekenis omdat geen beleggingsactiviteiten worden ontplooid. Aan de aan BACS – een vennootschap die is opgericht om op termijn beleggingsactiviteiten mee te verrichten – verstrekte lening van € 10 miljoen liggen zakelijke motieven ten grondslag, te weten het binnen de DEM-groep maar niet binnen DEM zelf onmiddellijk opvorderbaar houden van dat geld, aldus DEM. Wat hiervan zij, dit neemt naar het oordeel van de Ondernemingskamer niet weg dat [verweerder] over de lening aan BACS had moeten worden geïnformeerd. Het gaat om een lening van € 10 miljoen door DEM aan een vennootschap waartoe alleen JKS via
tracking stockE gerechtigd was, terwijl voorts [verweerder] bij BACS geen enkele rol speelt.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
NJ2007, 293 (ATR Leasing)). Ook staat het de ondernemingskamer niet vrij om beslissingen te geven of voorzieningen te treffen die niet stroken met de strekking van het ingediende verzoek of die aan de kenbare bedoeling van verzoekers op een dermate wijze afbreuk doen dat moet worden aangenomen dat zij het verzoek niet zouden hebben gehandhaafd als er op die wijze uitvoering aan zou worden gegeven. [15] Ook wordt de bevoegdheid tot het treffen van een onmiddellijke voorziening begrensd door het tijdelijke karkater van de onmiddellijke voorziening. De onmiddellijke voorziening geldt slechts voor de duur van het geding.
NJ2002, 92 (Skygate)). [16] Ook kan de ondernemingskamer in bepaalde gevallen onmiddellijke voorzieningen treffen die afwijken van dwingend recht (HR 14 september 2007,
NJ2007, 611 (Versatel/Centaurus)). Dit is met name het geval als naar het oordeel van de ondernemingskamer een minder vergaande maatregel niet effectief zou zijn. [17] Daarnaast is de ondernemingskamer bevoegd om andere voorzieningen te treffen dan waarom is gevraagd (HR 4 oktober 2002,
NJ2002, 556 ( [A] )). [18] Daarbij geldt echter wel dat de ondernemingskamer daartoe in het algemeen slechts zal mogen overgaan indien daar voldoende gronden bestaan, en daar in de motivering van de beslissing melding wordt gemaakt.
NJ1992, 373 (Micherna Beheer/Kamerbeek)). [20] Daarnaast volgt uit uitspraken van de Hoge Raad dat in gevallen waarbij gebruikmaking van een discretionaire bevoegdheid tot ingrijpende gevolgen leidt, er aanleiding bestaat tot (uitgebreidere) motivering van de beslissing. [21]
medetot zijn taak mag rekenen om de belangen van [verweerder] als minderheidsaandeelhouder te bewaken, en om een spoedige vertrek van [verweerder] als aandeelhouder uit de vennootschap te bevorderen. [26] Dit zijn in de gegeven omstandigheden mijns inziens geen verzoeken die blijk geven van misbruik van het enquêterecht door [verweerder] of van de afwezigheid van voldoende belang bij [verweerder] .
-
II.A.1en
II.A.2: het oordeel van de ondernemingskamer in strijd is met het recht en/of onbegrijpelijk gemotiveerd is omdat de ondernemingskamer hetzij heeft miskend dat zij bij het gelasten van een onmiddellijke voorziening in de zin van artikel 2:349a lid 2 BW het beginsel van proportionaliteit behoort toe te passen, hetzij haar oordeel ontoereikend heeft gemotiveerd in het licht van de (essentiële) stellingen van DEM c.s. ter zake, mede gelet op het beperkte doel dat door [verweerder] met het treffen van de onmiddellijke voorziening werd nagestreefd;
II.A.3: uit rov. 3.14 t/m 3.15 van de beschikking niet blijkt op welke gronden het noodzakelijk zou zijn om naast het benoemen van een onderzoeker voor de duur van de enquêteprocedure een bestuurder te benoemen, zonder beperking van diens bevoegdheden, zodat het oordeel van de ondernemingskamer terzake onvoldoende gemotiveerd is;
II.A.4: de ondernemingskamer heeft miskend dat de benoeming van een bestuurder met ongeclausuleerde bevoegdheden als regel niet aan de proportionaliteitstoets kan voldoen en/of niet strookt met artikel 3:303 BW Pro en/of artikel 6 EVRM Pro, gelet op de mogelijke inmenging door die bestuurder in het procesbeleid van de vennootschap als wederpartij van de verzoeker in een andere procedure;
II.A.5: de beslissing van de ondernemingskamer van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, althans onbegrijpelijk is gemotiveerd voor zover de ondernemingskamer aan het treffen van de gekozen onmiddellijk voorziening zelfstandig het enkele vermoeden van hoge eerdere kosten in een van de andere procedures tussen partijen ten grondslag heeft gelegd.