ECLI:NL:PHR:2016:128
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken ernstig vermoeden vrijspraak rijbewijszaak
De aanvrager werd door de kantonrechter veroordeeld wegens overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, omdat hij op 29 november 2006 een motorrijtuig bestuurde zonder geldig rijbewijs voor die categorie. De aanvraag tot herziening berustte op de stelling dat de aanvrager ten tijde van de overtreding wel degelijk over een geldig rijbewijs beschikte.
Ter onderbouwing werd een brief van de RDW overgelegd waaruit bleek dat de aanvrager een rijbewijs B had, afgegeven in 2009, dus na de overtreding. Tevens werd een uittreksel uit het justitieel documentatieregister overgelegd waaruit bleek dat de aanvrager eerder ten onrechte als verdachte was aangemerkt.
De Hoge Raad overwoog dat het bezit van een rijbewijs B niet uitsluit dat het motorrijtuig bestuurd op 29 november 2006 een categorie betrof waarvoor een ander rijbewijs vereist was, bijvoorbeeld een motorrijtuig met een toegestane maximum massa boven 3500 kg of met een zware aanhangwagen.
Daarom kon niet worden aangenomen dat de kantonrechter bij kennis van het rijbewijs tot vrijspraak zou zijn gekomen. De aanvraag tot herziening werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt ongegrond verklaard en de veroordeling blijft in stand.