ECLI:NL:HR:2016:463

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 maart 2016
Publicatiedatum
22 maart 2016
Zaaknummer
15/02635
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107 Wegenverkeerswet 1994Art. 457 SvArt. 472 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens nieuw bewijs geldig rijbewijs bij overtreding Wegenverkeerswet

De aanvrager werd door de Kantonrechter veroordeeld wegens het rijden zonder geldig rijbewijs op 29 november 2006. Hij stelde echter dat hij wel degelijk over een geldig rijbewijs beschikte ten tijde van de overtreding. Ter ondersteuning van dit standpunt werd een brief van de Divisie Registratie en Informatie overgelegd, waaruit bleek dat aanvrager op 6 januari 1999 een rijbewijs categorie B was afgegeven.

De Hoge Raad overwoog dat dit nieuwe gegeven, dat bij de eerdere terechtzitting niet bekend was, het ernstige vermoeden wekt dat de Kantonrechter bij kennis hiervan de aanvrager zou hebben vrijgesproken. Dit vormt een grond voor herziening op grond van artikel 457, eerste lid, aanhef en onder c, Sv.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd dat de aanvraag ongegrond zou zijn, maar de Hoge Raad oordeelde anders. De Hoge Raad verklaarde de aanvraag tot herziening gegrond, beval opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor hernieuwde berechting en beslissing.

Hiermee is de eerdere veroordeling wegens het rijden zonder geldig rijbewijs niet langer van kracht en wordt de zaak opnieuw beoordeeld met inachtneming van het nieuwe bewijs.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

22 maart 2016
Strafkamer
nr. S 15/02635 H
CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank 's-Gravenhage van 2 mei 2007, nummer 09/621758-07, ingediend door P. Scholte, advocaat te Amsterdam, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Kantonrechter in de Rechtbank 's-Gravenhage heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot een geldboete van € 220,-, subsidiair 4 dagen hechtenis, en 2 weken hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

2.De aanvraag tot herziening

2.1.
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2.
De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. In de aanvraag wordt daartoe aangevoerd dat de aanvrager ten tijde van de bewezenverklaarde overtreding wel over een geldig rijbewijs beschikte.

3.De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag ongegrond zal verklaren.

4.Beoordeling van de aanvraag

4.1.
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv Pro slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
4.2.
De aanvrager is bij de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd veroordeeld voor het rijden zonder geldig rijbewijs op 29 november 2006, zulks - naar hij betoogt - ten onrechte. In dat verband verwijst hij naar een bij de aanvraag gevoegde brief van de Divisie Registratie en Informatie van 23 augustus 2013 die inhoudt dat op 6 januari 1999 een rijbewijs dat geldt voor motorrijtuigen van categorie B, is afgegeven aan [aanvrager] (geboren [geboortedatum] -1978).
4.3.
Die brief geeft steun aan de stelling waarop de aanvraag berust, te weten dat de aanvrager ten tijde van de overtreding waarop de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd betrekking heeft, beschikte over een geldig rijbewijs. Dit gegeven levert het ernstige vermoeden op dat de Kantonrechter, ware deze daarmee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

5.Slotsom

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat hier sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv, zodat de aanvraag gegrond is en als volgt moet worden beslist.

6.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Kantonrechter;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 maart 2016.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.