Conclusie
tweede middel
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) kan worden aangemerkt als een vereniging in de zin van artikel 11 EVRM Pro en of de verplichte inschrijving in het NBA-register een onrechtmatige inbreuk vormt op het eigendomsrecht van de accountantstitel zoals beschermd door artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
De verdediging voerde aan dat de NBA als vereniging beschouwd moet worden en dat de verplichte inschrijving neerkomt op ongeoorloofde verenigingsdwang, alsmede een schending van het recht op ongestoord genot van eigendom. Het hof oordeelde dat de NBA geen vereniging is, omdat het een bij wet ingestelde beroepsorganisatie betreft met publieke taken en algemene belangen, en wees het beroep af.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht de NBA niet als vereniging kwalificeerde en dat het beroep op artikel 11 EVRM Pro faalt. Daarnaast wees de Hoge Raad het beroep af dat de registratieplicht strijdig zou zijn met het eigendomsrecht onder artikel 1 Eerste Pro Protocol EVRM, omdat dit verweer onvoldoende onderbouwd was en het hof niet verplicht was om halfbakken verweren ambtshalve aan te vullen.
De conclusie van de Procureur-Generaal onderschreef deze afwijzing en benadrukte dat een eventuele inbreuk op het eigendomsrecht gerechtvaardigd kan zijn indien deze in het algemeen belang is en volgens de wet plaatsvindt.
Uitkomst: Het beroep tegen het oordeel dat de NBA geen vereniging is en de registratieplicht niet in strijd is met het EVRM wordt verworpen.