Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
De WABO-procedure
onderdeel dwordt geklaagd dat, voor zover het hof heeft geoordeeld dat [verweerder] c.s. door het verzuim van [eiser] c.s. niet in verzuim konden verkeren ten aanzien van de verbintenis om de WABO-procedure te starten, het hof heeft miskend dat het verzuim van [eiser] c.s. niet tot gevolg kan hebben dat [verweerder] c.s. ten aanzien van andere verbintenissen niet in verzuim konden verkeren.
deugdelijkhebben gereageerd op de sommaties en ingebrekestellingen van 3 en 12 oktober 2012, niet onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd. Overigens wordt door [eiser] c.s. evenmin nader onderbouwd waarom hun stelling als een essentiële stelling is aan te merken [14] .
Onderdeel e, dat zich tegen de ten overvloede gegeven rov. 11 keert, behoeft derhalve geen aparte bespreking.
Het beroep van [verweerder] op dwaling