Conclusie
eerste middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van feit 3.
tweede middeldat de klacht bevat dat de inzendtermijn in de cassatiefase is overschreden kan gelet op het voorgaande buiten bespreking blijven. [1]
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte werd door het hof Den Bosch veroordeeld voor meerdere woninginbraken en diefstal van een auto gepleegd op 28 januari 2013 in Broekhuizen en Broekhuizenvorst. Het hof baseerde zijn oordeel onder meer op observaties van een Volvo V70 die op de dag van de inbraken in beide plaatsen werd gesignaleerd, het aantreffen van gestolen goederen bij verdachte en zijn broer, en het ontbreken van een aannemelijke verklaring van verdachte voor het bezit van deze goederen.
In cassatie voerde verdachte aan dat het bewijs onvoldoende was om zijn betrokkenheid aan te tonen, met name omdat er geen direct technisch bewijs of getuigenverklaringen waren die hem koppelden aan de woninginbraken. Ook werd aangevoerd dat de tijdspanne van de inbraken te groot was om de link met de Volvo te leggen en dat het enkele feit dat gestolen goederen bij verdachte en zijn broer werden aangetroffen onvoldoende bewijs vormde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewijsconstructie toereikend had gemotiveerd en dat de samenhang tussen de peilbakengegevens, de aangetroffen gestolen goederen en het ontbreken van een aannemelijke verklaring van verdachte voldoende was om tot een bewezenverklaring te komen. De klacht over de overschrijding van de inzendtermijn in cassatie werd buiten beschouwing gelaten. De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hofarrest wordt bevestigd.