ECLI:NL:HR:2016:2847

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 2016
Publicatiedatum
13 december 2016
Zaaknummer
14/05826
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in zaak woninginbraken en autodiefstal

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor meerdere woninginbraken en de diefstal van een auto. Tegen dit arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Namens de verdachte diende advocaat R.J. Baumgardt middelen van cassatie in. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten onvoldoende waren om behandeling in cassatie te rechtvaardigen. De klachten konden niet tot cassatie leiden en de partij had onvoldoende belang bij het beroep. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 13 december 2016, waarbij vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase het arrest wezen. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand en werd het cassatieberoep afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad.

Uitspraak

13 december 2016
Strafkamer
nr. S 14/05826
AKA/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 november 2014, nummer 20/003487-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 december 2016.