ECLI:NL:PHR:2015:838
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Conclusie Procureur-Generaal inzake niet-ontvankelijkheid cassatieberoep
In deze zaak heeft de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad een standpunt ingenomen over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep ingesteld door verdachte. Na grondige bestudering van het dossier is geconcludeerd dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit kan zijn omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De conclusie is gegeven tijdens de zitting van 12 mei 2015, waarbij het parket het standpunt heeft ingenomen dat het cassatieberoep moet worden verworpen zonder inhoudelijke behandeling. Dit betekent dat de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk zal verklaren en geen inhoudelijke toetsing zal uitvoeren.
Deze conclusie betreft een procedurele beoordeling en bevat geen inhoudelijke beoordeling van de feiten of het recht in de onderliggende zaak. De Procureur-Generaal adviseert de Hoge Raad om het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren, waarmee de eerdere uitspraak in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of onvoldoende gronden.