ECLI:NL:PHR:2015:586
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en onvoldoende klachten
De zaak betreft een cassatieberoep dat door de Hoge Raad is beoordeeld op 31 maart 2015. De Procureur-Generaal heeft geconcludeerd dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat het verweer dat niet is gebleken dat door betrokkene een klacht is ingediend, niet voor het eerst in cassatie kan worden aangevoerd. Tevens is vastgesteld dat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld onvoldoende belang heeft bij het beroep.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2011:BQ6702) en overweegt dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 24 april 2013 en 9 mei 2014 telkens inhoudt dat verdachte is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw. Er is geen sprake van nieuwe klachten die in cassatie kunnen worden ingebracht.
Op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige en juiste procedurele stappen in het hoger beroep en de beperking van cassatie tot rechtsvragen die niet eerder aan de orde zijn gesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en omdat de klachten niet voor het eerst in cassatie kunnen worden aangevoerd.