Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof ongemotiveerd is afgeweken van een door de verdediging uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ten aanzien van het bewijs, zonder dit nader te motiveren. Voorts wordt geklaagd dat het Hof de verklaring van [betrokkene 11] heeft gedenatureerd.
deed de deur open, ik stond achter hem. Toen [betrokkene 3] één meternaar buiten was gestapt zag ik dat hij werd aangevallen door een persoon met een bivakmuts. Direct daarna kwam er nog een tweede persoon. Plotseling zag ik een pistool. Op dat zelfde moment zag ik achter de tweede persoon nog een derde en een vierde persoon aan komen rennen. De tweede persoon richtte het pistool op mijn gezicht. Ik hoorde dat de tweede persoon tegen mij zei: "Naar binnen! Liggen!" en: "Liggen! Anders schiet ik!" Ik ben toen met mijn buik op de grond gaan liggen. Al mijn collega 's moesten ook op de grond gaan liggen. Wij werden vastgebonden bij de polsen met tape. Op een gegeven moment hoorde ik diverse keren vragen: "Waar is je telefoon?" en toen: "Ik schiet je dood als je jetelefoon niet geeft." Opeens voelde ik dat uit mijn rechterbroekzak mijn mobiele telefoon werd weggenomen. Daarna werd er gezegd dat [betrokkene 4] (het hof begrijpt: [betrokkene 4]:
) de kluis moest open maken. [betrokkene 4] heeft het tape toen losgetrokken en is naar het kantoor gelopen waar zich de kluissleutel bevindt. Daarna is hij met de overvallers naar de kluisruimte gelopen. Enige tijd later kwam [betrokkene 4] de personeelsruimte binnen. Hij was alleen. [betrokkene 4] liet blijken dat de overvallers weg waren en heeft direct de politie gebeld.
) erbij. Hij zei dat als wij een goed plan hadden hij wel mee wilde doen. Later kwam [betrokkene 9] (het hof begrijpt hier en verder: [betrokkene 9]
) erbij. [medeverdachte] (het hof begrijpt hier en verder: [medeverdachte]
) had ons de tip gegeven dat [betrokkene 9] eerder een overval had gepleegd. Op de dag van de overval heb ik rond 20.15/20.30 uur met [betrokkene 9] afgesproken. Ik was al op de afgesproken plaats met [verdachte] en [betrokkene 8]. [betrokkene 9] kwam er met [medeverdachte] naar toe. [medeverdachte] ging naar huis om het wapen te halen. Toen hij terug kwam heeft hij het wapen aan [betrokkene 9] gegeven. Toen zijn wij naar de Gamma gereden. Wij waren daar rond 21.05/21.10 uur. [betrokkene 8] en [betrokkene 9] hadden het wapen bij zich. We wachtten tot het personeel naar buiten zou komen. Toen de deur van depersoneelsuitgang open ging zag ik [betrokkene 8] en [betrokkene 9] rennen. Ik zag [betrokkene 9] een personeelslid pakken. Ik hoorde hem schreeuwen: "Dit is een overval!" Ik ben samen met[verdachte] achter hen aan gerend. [betrokkene 9] duwde het personeelslid naar binnen. [betrokkene 8] rende er gelijk achter aan. [verdachte] en ik liepen toen ook naar binnen. Ik was binnen en toen klikte de deur automatisch dicht. [verdachte] stond toen echter nog buiten. Ik hoorde hem op de deur kloppen. Iedereen lag toen al binnen op de grond. Ik heb de deur voor [verdachte] open gedaan. [betrokkene 8] en [betrokkene 9] hebben lopen schreeuwen dat het personeel op de grond moest gaanliggen. Er waren volgens mij vijf personeelsleden. [verdachte] en ik hebben de personeelsleden vastgebonden met tape, met hun handen op de rug. [verdachte] stond te schreeuwen van: "Niet kijken, anders schiet ik." Ik hoorde [verdachte] schreeuwen: "Zakken leeg!" Hun handen zaten vast, dus ze konden hun zakken niet legen. [verdachte] ging in hun zaken voelen. Toen heeft hij een paar telefoons uit de zakken gehaald. Ik denk drie telefoons. [betrokkene 9] en [betrokkene 8] haddende chef meegenomen naar de kluis. Ik hoorde [betrokkene 8] schreeuwen: "Ik wil meer papier zien!" Ik hoorde dat de chef zei dat dit alles was wat er in de kluis zat. Ik hoorde hem zeggen dat er ook nog geld in de kassalades zat. Ik hoorde dat [betrokkene 8] vroeg om de kassalades in de tas te legen. Dat is ook gebeurd. Ik denk dat wij rond€ 12.000,00 hebben buitgemaakt. [betrokkene 8] heeft het geld tussen ons vieren verdeeld. Ik had denk ik rond€ 3.000,00.
Bewijsoverweging
tweede middel, het
derde middelen het
vierde middelklagen alle over ’s Hofs strafmotivering en lenen zich derhalve voor gezamenlijke bespreking. Volgens de steller van het middel is deze strafmotivering onbegrijpelijk, dan wel is het Hof te dien aanzien ongemotiveerd afgeweken van uitdrukkelijk door de verdediging onderbouwde standpunten, onderscheidenlijk inhoudende dat de op te leggen straf lager moet uitvallen dan door de rechtbank opgelegd en dat de redelijke termijn in de fase van berechting in appel is overschreden.