Conclusie
2.Procesverloop
De cos phi van het geproduceerde vermogen op het overdrachtspunt van de aansluiting dient 1 te zijn" en stelt op dit punt dat daaruit zonder meer blijkt dat Windpark contractueel verplicht is deze arbeidsfactor in acht te nemen.
3.Achtergrond
Elektriciteitswet 1998(hierna: E-wet) heeft een netbeheerder een aantal taken en verplichtingen, zoals de veiligheid en betrouwbaarheid van de netten en van het transport van elektriciteit over de netten op de meest doelmatige wijze te waarborgen (art. 16 lid 1 sub Pro b); het voorzien van derden van een aansluiting (art. 16 lid 1 sub c en Pro art. 23) en van transport (art. 16 lid 1 sub f en Pro art. 24) tegen een tarief en andere voorwaarden die conform de wet zijn vastgesteld.
Regeling inzake tariefstructuren en voorwaarden elektriciteit. [16] Volgens art. 3, lid 1, sub d, van deze Regeling moet worden aangegeven in welke gevallen en voor welke categorieën afnemers een transporttarief voor blindenergie in rekening wordt gebracht. Of een afnemer een apart transporttarief moet betalen voor blindenergie kan afhankelijk zijn van het spanningsniveau waarop hij is aangesloten of van de vraag of de afnemer een productie-installatie heeft. [17] Art. 29 sub c van Pro de Regeling bepaalt dat specifieke regels kunnen worden gesteld ten aanzien van de meting van blindenergie.
Netcode, zoals die gold in 2004, [18] bepaalde met betrekking tot de voorwaarden van aansluiting onder meer:
Tarievencodevan 2004 [19] bepaalde dat de transportdienst mede omvat het instandhouden van de spannings- en blindvermogenshuishouding (art. 3.1.2 sub c). De kosten gedekt door het transporttarief worden ingedeeld in de transport-afhankelijke kosten — waaronder de kosten van inkoop van energie voor de dekking van netverliezen, het oplossen van transportbeperkingen en de handhaving van de spannings- en blindvermogenshuishouding — en transport-onafhankelijk kosten (art. 3.2.2). Er was een transporttarief voor blindenergie (art. 3.3.1 sub b), zoals omschreven in paragraaf 3.9. Dat tarief betrof producenten aangesloten op laagspanningsniveau.
Tarieven- en vergoedingsregeling Elektriciteit 2004van Stedin [20] was het volgende bepaald in art. 1:
4.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdelen 1.2 tot en met 1.4lenen zich voor een gezamenlijke behandeling. Zij falen omdat zij uitgaan van een onjuiste lezing van rov. 9.
subonderdeel 2.1verliest het hof in rov. 10 uit het oog dat de omstandigheid dat extra blindverbruik aanvankelijk (ten onrechte) als transporttarief in rekening is gebracht niet betekent dat het Windpark vrij zou staan (zonder vergoeding) extra blindenergie van het net af te nemen.
subonderdeel 2.2aanvoert, is niet onbegrijpelijk dat het hof daarin geen (dwingend) argument heeft gezien ten gunste van het standpunt van Stedin. De klacht faalt daarom.
Subonderdeel 3.1(de enige klacht van onderdeel 3) klaagt (i) dat sprake is van een onbegrijpelijke uitleg van de stellingen van Stedin nu zij dit niet heeft betoogd en (ii) dat gezien haar stellingen Stedin haar standpunt wel heeft onderbouwd.
subonderdeel 5.2veronderstelt, heeft het hof in rov. 15 niet de in CvA nrs. 58-59 bedoelde stellingen van Stedin miskend. Het hof reageert in rov. 15 (ook) op die stellingen. Het overweegt dat juist omdat Stedin — zoals zij heeft gesteld — als netbeheerder de taak had te zorgen voor een betrouwbaar en efficiënt systeem, Windpark erop mocht vertrouwen dat zij behoudens andersluidende contractuele regelingen (die het hof niet aanwezig acht, zo blijkt uit rov. 8-13) geen andere bedragen verschuldigd zou worden dan bedragen waarvoor de Elektriciteitswet 1998 en de Tarievencode een grondslag boden. Daarmee heeft het hof genoegzaam gereageerd op de stellingen van Stedin die, blijkens het subonderdeel, erin uitmonden “dat Windpark niet kon en mocht verwachten onbeperkt blindenergie af te nemen zonder de overeengekomen arbeidsfactor in acht te nemen en niet de kosten te dragen die het gevolg zijn van het gebruik van blindenergie waarmee de toegestane vrije voet wordt overschreden.”
subonderdeel 5.1en
onderdeel 6bouwen voort op de onderdelen 1 tot en met 3.
Onderdeel 7bouwt voort op de subonderdelen 2.3 en 3.1.
Onderdeel 8bouwt voort op onderdeel 6.
Onderdeel 9bouwt voort op onderdelen 1 tot en met 4. Zij falen in het verlengde van de onderdelen waarop zij voortbouwen.