ECLI:NL:PHR:2015:384

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2015
Publicatiedatum
7 april 2015
Zaaknummer
13/02983
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArtikel 11 Landsverordening melding ongebruikelijke transactiesArtikel 23 lid 2 Landsverordening melding ongebruikelijke transacties
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in Antilliaanse strafzaak wegens niet tijdig indienen middelen

In deze Antilliaanse strafzaak werd verdachte door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie vrijgesproken van de primaire tenlastelegging en veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete wegens een subsidiaire overtreding van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties.

Zowel het Openbaar Ministerie als de verdachte stelden cassatieberoep in. Het Openbaar Ministerie diende hun schriftuur met middelen van cassatie niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van één maand na aanzegging in, waardoor het niet-ontvankelijk werd verklaard. Ook de verdachte diende zijn schriftuur niet binnen de termijn van twee maanden na betekening van de aanzegging in, waardoor ook hij niet-ontvankelijk werd verklaard.

De Hoge Raad concludeert daarom dat beide partijen niet-ontvankelijk zijn in hun cassatieberoepen, waardoor het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie ongewijzigd blijft.

Uitkomst: Zowel het Openbaar Ministerie als de verdachte worden niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoepen wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 13/02983 A
Zitting: 10 maart 2015
Mr. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft bij vonnis van 28 november 2012 verdachte vrijgesproken van het onder 1 en 2 impliciet primair tenlastegelegde en hem wegens 2 impliciet subsidiair “Overtreding van het bepaalde in artikel 11 van Pro de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties, zoals strafbaar gesteld in artikel 23 lid 2 van Pro deze Landsverordening, begaan door een rechtspersoon”, veroordeeld tot een geldboete van NAF 10.000,-, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken tegen [medeverdachte 1] (13/02982 A), [medeverdachte 2] (13/02984 A) en [medeverdachte 3] (13/02985A) waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens het Openbaar Ministerie heeft mr. T.H.W. Stein, advocaat-generaal te Sint-Maarten, op 6 december 2012 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 28 juni 2013 verzonden. Art. 437, eerste lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen een maand na verzending van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door het Openbaar Ministerie een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, eerste lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
4. Namens verdachte heeft mr. R. Stomp, advocaat te Sint-Maarten, op 11 december 2012 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 25 oktober 2013 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie en de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG