1.1In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende feiten.
a) Bouwmarkt Epe exploiteerde voorheen een detailhandelsonderneming waar bouwmaterialen werden verkocht aan de Hoofdstraat 225 in Epe onder de naam Ladders Post. Na – door de bestuursrechter in stand gelaten – weigering door de Gemeente op dit perceel een Gamma bouwmarkt te mogen vestigen, heeft tussen de Gemeente en Bouwmarkt Epe in 1996/1997 overleg plaats gevonden over de invulling van dat perceel en de eventuele vestiging harerzijds van een bouwmarkt in Epe.
b) Dit overleg heeft erin geresulteerd dat de Gemeente Bouwmarkt Epe bij brief van 7 november 1997 heeft laten weten bereid te zijn, kort gezegd, medewerking te verlenen aan een bestemmingsplanwijziging ten gunste van woningbouw op bedoeld perceel en aan de vestiging van een bouwmarkt op een nader te bepalen plaats hetzij op het bestaande bedrijventerrein Kweekweg, hetzij op een uitbreiding daarvan, indien een onafhankelijk distributieplanologisch onderzoek (hierna: DPO) zou aantonen dat een dergelijke vestiging geen structurele verstoring van de detailhandelsstructuur in het centrum van het dorp met zich zou brengen. Als het zou gaan om een locatie op het bestaande bedrijventerrein zou Bouwmarkt Epe zelf het initiatief moeten nemen om een geschikte locatie te vinden. Als het zou gaan om een locatie op het nieuwe bedrijventerrein zou Bouwmarkt Epe zich te zijner tijd bij de Gemeente kunnen aanmelden voor een kavel als de inschrijving daarvoor gestart zou zijn, welk verzoek dan de gewone procedure zou doorlopen:
"(...) Wij zijn bereid medewerking te verlenen aan de wijziging van het geldende bestemmingsplan ten behoeve van het perceel Hoofdstraat 225 te Epe, (...)
Voorts delen wij u mede dat wij bereid zijn mee te werken aan de vestiging van een bouwmarkt op een nader te bepalen plaats hetzij op het bestaande bedrijventerrein Kweekweg, hetzij op een uitbreiding daarvan, indien een onafhankelijk distributieplanologisch onderzoek aantoont dat een dergelijke vestiging geen structurele verstoring van de detailhandelsstructuur in het centrum van het dorp Epe met zich meebrengt.
Als het gaat om een lokatie op het bestaande bedrijventerrein zult u zelf het initiatief moeten nemen om een geschikte lokatie te vinden.
Als het gaat om een lokatie op het nieuwe bedrijventerrein kunt u zich te zijner tijd bij de gemeente aanmelden voor een kavel als de inschrijving daarvoor gestart is. Uw verzoek zal dan de gebruikelijke procedure doorlopen.
Bovendien maken wij u er op attent dat in beide gevallen zeer waarschijnlijk een vrijstelling van het bestemmingsplan noodzakelijk is. In verband met de mogelijkheid tot het indienen van bezwaren kunnen wij niet op voorhand garanderen dat een dergelijke vrijstelling uiteindelijk ook verleend kan worden.
Ten behoeve van de woningbouw op het perceel Hoofdstraat 225 is herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk.
Om de procedure tot wijziging van het bestemmingsplan te kunnen starten hebben wij een overeenkomst opgesteld, (...)"
c) In een schrijven van 20 maart 1998aan Bouwmarkt Epe heeft de Gemeente haar in de tweede alinea van voormelde brief uitgesproken bereidheid herhaald.
d) In het in opdracht van Bouwmarkt Epe in mei 1998 door Quist Holding uitgebrachte verslag van een distributieplanologisch onderzoek ter zake van de vraag of er in de Gemeente marktruimte was voor uitbreiding met een Gamma bouwmarkt van 2.500 m2 verkoopvloeroppervlak en wat de effecten van deze uitbreiding zouden zijn op de aanwezige doe het zelf-bedrijven, werd geconcludeerd dat er in die branche voldoende ruimte was voor de gevraagde realisatie en dat overige doe het zelf-aanbieders in de Gemeente daarvan vrijwel geen nadeel zouden ondervinden.
e) Naar aanleiding hiervanheeft Bouwmarkt Epe bij brief van 26 mei 1998 (o.m.) het volgende aan de Gemeente geschreven:
“(…)
Wij sluiten de overeenkomst met u met betrekking tot het afstaan van de locatie Ladders Post ten behoeve van woningbouw onder de uitdrukkelijke voorwaarde, dat u van uw kant uitvoering zult geven aan de voorgenomen besluitvorming met betrekking tot de vestiging van een bouwmarkt in Epe, conform uw brieven van 7 november 1997 en 20 maart 1998. Het voorgaande brengt uiteraard met zich mee dat het College en de Raad geen medewerking zullen verlenen aan (bestemmingsplan)procedures, die andere bouwmarkten in de gelegenheid stellen om zich te vestigen op een locatie binnen de Gemeente, waar dit ultimo 1997 nog niet mogelijk was. Indien het College respectievelijk de Raad op enig moment wel voornemens zijn een dergelijke bestemmingsplan procedure in gang te zetten, dan zal [betrokkene 1]als eerste in de gelegenheid worden gesteld om van deze mogelijkheid tot vestiging van een bouwmarkt gebruik te maken.
Met inachtname van het vorenstaande en uw brief van 20 maart j.1., gaan wij akkoord met de aangeboden overeenkomst die wij u hierbij getekend retourneren. (...) "
f) Vervolgens hebben Bouwmarkt Epe en de Gemeente – met tussenkomst van onder meer Formido Epe B.V. – ten overstaan van de rechtbank Zutphen een procedure gevoerd over de vraag of de Gemeente aan Bouwmarkt Epe de toezegging deed, op basis van exclusiviteit, vrijstelling te verlenen voor het vestigen van een bouwmarkt in de Gemeente. De rechtbank oordeelde bij vonnis van 18 juli 2002dat van een exclusieve afspraak tussen partijen niet was gebleken en wees de desbetreffende vordering van Bouwmarkt Epe af. De rechtbank overwoog daarbij onder meer dat de Gemeente nogmaals van haar bereidheid tot medewerking aan een vrijstellingsprocedure ten behoeve van de vestiging van een bouwmarkt door een partij die aan de voorwaarden (zijnde een DPO en het verwerven van een marktpositie op een van de geschikte bedrijfslocaties, toev. A-G) voldoet, had blijk gegeven. g) Bouwmarkt Epe heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
h) Hangende het hoger beroep heeft de advocaat van de Gemeente bij brief van 9 december 2002 aan Bouwmarkt Epe bericht dat zij bij de beoordeling van aanvragen tot medewerking aan de vestiging van een nieuwe bouwmarkt alle partijen gelijk zou behandelen en dat in het uitgiftebeleid – dat in geval van verwerving door de Gemeente van gronden waarop het nieuwe bedrijventerrein werd ontwikkeld, zou moeten worden vastgesteld – geen bepalingen zouden worden opgenomen waardoor de ene ondernemer ten opzichte van de andere ondernemer uit dezelfde branche benadeeld zou kunnen worden:
“(…) Zoals u en uw cliënte weten, beschikt de Gemeente thans niet over een relevante hoeveelheid grond die geschikt zou zijn voor de vestiging van een bouwmarkt. Dit geldt ook voor de gronden die in de toekomst mogelijkerwijs onderdeel uitmaken van het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein aan de Kweekweg. U merkt terecht op dat de gemeente bij de beoordeling van een aanvraag tot medewerking aan de vestiging van een nieuwe bouwmarkt, alle partijen gelijk dient te behandelen. Het is u bekend dat bij de beoordeling daarvan, naast de gebruikelijke planologische en milieutechnische criteria, ook als extra toetsingscriteria zijn opgenomen:
- Het door middel van een actueel DPO aantonen dat de vestiging van een nieuwe bouwmarkt geen verstoring van de bestaande detailhandelstructuur in Epe teweeg brengt;
- De aanvrager dient te beschikken over een geschikte locatie.
(…) is het naar het oordeel van cliënte niet opportuun van de stelling uit te gaan dat de Gemeente te zijner tijd wel eigenaar zal worden van een stuk grond waarop in beginsel een bouwmarkt zou kunnen worden gerealiseerd.
Alleen hierom al kan en wil de Gemeente niet aan uw verzoek tegemoet komen om uw cliënte reeds nu een toezegging te doen dat zij als eerste in de gelegenheid zal worden gesteld om alsdan ter plaatse een bouwmarkt te realiseren.
Maar ook voor het geval de Gemeente op termijn wel eigenaresse zou worden van de gronden waarop het nieuwe bedrijfsterrein wordt ontwikkeld, zal de Gemeente te zijner tijd het daarvoor van toepassing zijnde uitgiftebeleid eerst moeten vaststellen. Uiteraard zullen daarin geen bepalingen opgenomen worden waardoor de ene ondernemer ten opzichte van de andere ondernemer uit dezelfde branche benadeeld zou kunnen worden. (…)”
i) Na ontvangst van deze brief heeft Bouwmarkt Epe haar hoger beroep tegen juist bedoeld vonnis ingetrokken.
j) In 2005 heeft de Gemeente gronden op het nieuwe bedrijventerrein aan de Kweekweg te Epe verworven.
k) Eind 2005 werd de Gemeente door Les Arcs benaderd met een verzoek om medewerking te verlenen aan een zogenoemde binnenplanse vrijstelling voor de realisering van een bouwmarkt op het perceel aan de Hammerstraat 48 te Epe.
l) Medio 2006 heeft (het College van B&W van) de Gemeente dat verzoek aangehouden om ‘inzicht’ te verkrijgen ‘in de voorafgaande geschiedenis t.a.v. dit dossier, waaronder aandacht voor DPO’s, rechterlijke uitspraken, parkeerproblematiek’. In een notitie van behandelend ambtenaar [betrokkene 2] van 8 augustus 2006, gericht aan het College van B&W van de Gemeente, is vermeld:
“Volledigheidshalve deel ik u mede dat [betrokkene 1] (…) reeds heeft aangegeven dat hij niet geïnteresseerd is in het exploiteren van een eventuele tweede bouwmarkt.”
m) Vervolgens heeft de Gemeente haar principe-bereidheid voor de door Les Arcs verzochte binnenplanse vrijstelling uitgesproken. Tot verlening van die vrijstelling is het echter niet gekomen.
n) In plaats daarvan is door de Gemeente met Formido en Les Arcs gewerkt aan een intentieovereenkomst, ondertekend in december 2007, waarin onder meer de intentie werd vastgelegd tot het sluiten van een koopovereenkomst ter zake van aan de Gemeente toebehorende percelen aan de Kweekweg en de bereidheid van de Gemeente om planologische medewerking te verlenen aan de vestiging van twee bouwmarkten op deze percelen.
o) Bij brief van 6 februari 2008heeft Bouwmarkt Epe de Gemeente aangeschreven in verband met het door haar uit de lokale kranten vernomen voornemen van de Gemeente op een nieuw gedeelte van het bedrijventerrein aan de Kweekweg te Epe een dubbele bouwmarktvestiging mogelijk te maken, waarbij het erop leek dat de bestaande Formido en een nieuwe Gamma (van Les Arcs B.V. gevestigd te Bodegraven) daar een vestiging zouden kunnen krijgen. Bouwmarkt Epe maakte er met een beroep op haar 'oudere rechten' nadrukkelijk aanspraak op voor een nieuwe bouwmarktvestiging in aanmerking te komen en verzocht de Gemeente haar brief voor zover nodig ook te beschouwen als een verzoek in aanmerking te komen voor een kavel ter plaatse.
p) De Gemeente heeft het beroep van Bouwmarkt Epe op 'oudere rechten' bij brief van 22 juli 2008van de hand gewezen en het onder 1.1-o bedoelde verzoek afgewezen met een beroep op haar nieuwe uitgiftebeleid:
“In uw brief (…) geeft u aan dat uw brief tevens als inschrijving voor een kavel op het bedrijventerrein Kweekweg kan worden aangemerkt.
Wij wijzen u erop dat de gemeente Epe op basis van provinciaal beleid alleen mag voorzien in de opvang van lokale, binnen de gemeente Epe gevestigde, bedrijven. Voor zover bij ons bekend is uw bedrijf niet gevestigd binnen de Gemeente. (…)
Vooralsnog zullen wij u niet inschrijven. (…)”
q) Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur heeft Bouwmarkt Epe vervolgens de hand gelegd op onder meer voormelde intentieovereenkomst tussen de Gemeente, Formido en Les Arcs ondertekend in december 2007. Ook kreeg zij inzage in voormelde notitie van ambtenaar [betrokkene 2] van 8 augustus 2006, waarin werd opgemerkt dat [betrokkene 1] had aangegeven niet geïnteresseerd te zijn in het exploiteren van een eventuele tweede bouwmarkt. Uit navraag door (de advocaat van) Bouwmarkt Epe in juni 2009, waarbij deze haar verbazing en ontsteltenis hierover kenbaar maakte, bleek dat deze informatie was ontleend aan correspondentie tussen Bouwmarkt Epe en Les Arcs.
r) Na standpuntbepaling over en weer zonder het door Bouwmarkt Epe beoogde resultaat heeft zij in mei 2010 conservatoir beslag doen leggen op een perceel aan de Kweekweg in eigendom van de Gemeente.