ECLI:NL:PHR:2015:2534
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening arrest over vrijwillige terugtred bij poging tot diefstal
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 34 dagen wegens poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen. Het hof oordeelde dat sprake was van een voltooide poging en verwierp het beroep op vrijwillige terugtred. De verdediging stelde cassatieberoep in tegen deze verwerping.
De Hoge Raad herhaalt de relevante overwegingen uit een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2006:AZ2169) en stelt dat het hof een onjuiste opvatting had omtrent het begrip vrijwillige terugtred. Volgens de Hoge Raad is het niet bepalend of de poging als voltooid wordt aangemerkt op basis van een uitvoeringshandeling, maar of de verdachte is teruggetreden voordat sprake was van een voltooid misdrijf.
Hoewel het hof het beroep op vrijwillige terugtred onvoldoende heeft gemotiveerd, constateert de Hoge Raad dat het beroep zelf ontoereikend is onderbouwd. Daarom leidt dit niet tot cassatie. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het beroep op vrijwillige terugtred op het bestaande dossier.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het beroep op vrijwillige terugtred.