ECLI:NL:PHR:2015:2474

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 november 2015
Publicatiedatum
5 januari 2016
Zaaknummer
15/00689
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14d.2 SrArt. 80a ROArt. 27 SrArt. 359 lid 3 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt herstel van verzuim toezicht en begeleiding door Reclassering bij voorwaardelijke straf

In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld voor diefstal en poging tot diefstal, waarbij hij een gevangenisstraf van vier maanden kreeg opgelegd, waarvan twee maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Namens verdachte werden twee cassatiemiddelen ingediend. Het eerste middel betrof de wijze van bewijsvoering omtrent het slot forceren van een auto, maar dit werd verworpen wegens gebrek aan een rechtens te respecteren belang.

Het tweede middel betrof het verzuim van het Hof om expliciet te bepalen dat Reclassering Nederland de opdracht kreeg toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en begeleiding te bieden aan de veroordeelde. De Hoge Raad stelt dat dit verzuim een onmiddellijk kenbare fout betreft die eenvoudig hersteld kan worden door te verstaan dat het Hof deze opdracht wel heeft gegeven.

De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk en bevestigt dat het Hof Reclassering Nederland de opdracht heeft gegeven tot toezicht en begeleiding. Dit oordeel sluit aan bij eerdere jurisprudentie waarin dergelijke kennelijke misslagen ambtshalve kunnen worden hersteld zonder dat dit het rechtens te respecteren belang van de verdachte schaadt.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzuim wordt ambtshalve hersteld door te verstaan dat Reclassering Nederland opdracht heeft gekregen toezicht en begeleiding te bieden.

Conclusie

Nr. 15/00689
Zitting: 3 november 2015 (bij vervroeging)
Mr. Vellinga
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Den Haag wegens 1 “diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak” en 2 “poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden als in het arrest beschreven.
2. Namens verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het
eerste middelklaagt dat het Hof ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde heeft volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359 lid 3 Sv Pro, hoewel de verdachte het onder 2 bewezenverklaarde niet heeft bekend voor zover dat inhoudt dat verdachte bij de Daihatsu Cuore het slot van het portier daadwerkelijk heeft geforceerd.
4. Verdachte heeft ter terechtzitting van het Hof onder meer verklaard [1] :
Ik weet nog dat ik bij de Daihatsu Cuore en de Fiat Punto heb geprobeerd in te breken (het hof begrijpt: respectievelijk de Daihatsu Cuore met kenteken [001] en de Fiat Punto met kenteken [002] zoals die onder 2 zijn ten laste gelegd).”
5. Zonder nadere toelichting, die in de schriftuur niet is gegeven, valt derhalve niet in te zien welk rechtens te respecteren belang verdachte heeft bij het alsnog weergeven van de inhoud van de bewijsmiddelen waarvan de korte inhoud hem ter terechtzitting in hoger beroep is voorgehouden.
6. Het middel kan derhalve buiten bespreking blijven.
7. Het
tweede middelhoudt in dat het Hof heeft verzuimd te bepalen dat het toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden wordt opgedragen aan een reclasseringsinstelling en deze wordt opgedragen de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
8. Gelet op de aan de voorwaardelijke veroordeling verbonden bijzondere voorwaarden heeft het Hof kennelijk Reclassering Nederland opdracht willen geven het in art. 14d, tweede lid, Sr bedoelde toezicht te houden en de daar bedoelde begeleiding te bieden, maar heeft het verzuimd deze opdracht in het dictum van de bestreden uitspraak op te nemen. De Hoge Raad kan deze misslag herstellen door te verstaan dat het Hof Reclassering Nederland deze opdracht heeft gegeven. [2]
9. Het middel is terecht voorgedragen maar kan niet tot cassatie leiden.
10. Overigens zou ik mij kunnen voorstellen dat een gebrek als het onderhavige zich als kennelijke misslag leent voor herstel door het Hof en een klacht als de onderhavige kan worden afgedaan op de voet van art. 80a RO. Het gaat hier immers om een verzuim dat van minder ingrijpende aard is dan het verzuim de in art. 27 Sr Pro bedoelde aftrek toe te passen, een verzuim dat zich volgens HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:BX0132, rov. 2.2.3 leent voor toepassing van art. 80a RO.
11. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
12. Deze conclusie strekt er toe dat de Hoge Raad verstaat dat het Hof Reclassering Nederland opdracht heeft gegeven toezicht te houden op de naleving van de in de bestreden uitspraak omschreven voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden, alsmede tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, p. 2.
2.Vgl. HR 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2750.