Conclusie
middelklaagt dat het hof ten onrechte althans onvoldoende gemotiveerd het verweer heeft verworpen dat strekte tot vrijspraak omdat het aan de verdachte uitgereikte verwijderingsbevel niet was gedaan “krachtens wettelijk voorschrift”. In de eerste plaats wordt daartoe aangevoerd dat het hof ten onrechte heeft geconcludeerd dat de verblijfsontzegging die is opgelegd krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 2010 een uitdrukkelijke bevelsbevoegdheid bevat. In de tweede plaats wordt aangevoerd dat de verblijfsontzegging niet voor een maand had mogen worden opgelegd maar voor een week. Ik merk daarbij nu al op dat het bewezen verklaarde feit is begaan nadat de eerste week was verstreken van de periode waarvoor het verwijderingsbevel was opgelegd.
a. één week voor de eerste verblijfsontzegging;