ECLI:NL:PHR:2015:2112
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
Verdachte is door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden met een proeftijd van drie jaar en een werkstraf van zestig uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis. Tegen dit vonnis is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op 17 oktober 2014 persoonlijk aan verdachte betekend. De wettelijke termijn voor het indienen van schriftelijke middelen van cassatie liep af op 16 december 2014.
Binnen deze termijn zijn echter geen schriftelijke middelen ingediend door of namens verdachte. Hierdoor kan verdachte niet ontvankelijk worden verklaard in het cassatieberoep op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
Er is sprake van samenhang met andere zaken, maar deze conclusie betreft specifiek de niet-ontvankelijkheid wegens het niet naleven van de termijnen voor het indienen van middelen. De zaak betreft een Antilliaanse zaak en de uitspraak is gedaan op 8 september 2015.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.