ECLI:NL:PHR:2015:2050
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens schending informatieplicht en nieuwe schuld
Verzoekster was onderworpen aan een wettelijke schuldsaneringsregeling die door de rechtbank Midden-Nederland op 14 januari 2014 was uitgesproken. Op verzoek van de bewindvoerder en op advies van de rechter-commissaris werd deze regeling op 23 maart 2015 tussentijds beëindigd zonder verlening van de ‘schone lei’, omdat verzoekster een strafbaar feit had gepleegd en hierdoor haar verplichtingen niet nakwam. Tevens ontstond een nieuwe schuld bij haar zorgverzekeraar.
Verzoekster ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat het vonnis van de rechtbank op 8 juni 2015 bekrachtigde. Het hof oordeelde dat verzoekster door haar detentie niet bereikbaar was voor de bewindvoerder, haar dienstbetrekking verloor en onvoldoende afdrachten deed. Ook was onzeker of haar nieuwe baan zou voortduren vanwege de strafvervolging.
Verzoekster stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, stellende dat het hof ten onrechte haar informatieplicht had opgelegd die in strijd zou zijn met haar zwijgrecht als verdachte. De Hoge Raad oordeelde dat het zwijgrecht niet ziet op de verplichting om financiële informatie te verstrekken aan de bewindvoerder. Ook vond de Hoge Raad dat de omstandigheden die het hof aanvoerde relevant waren voor de schuldsaneringsregeling en dat het hof terecht geen bijzondere omstandigheden aannam die voortzetting rechtvaardigden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder verlening van de ‘schone lei’.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder verlening van de schone lei.