ECLI:NL:HR:2015:3015

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2015
Publicatiedatum
8 oktober 2015
Zaaknummer
15/02682
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in WSNP-zaken wegens schending sollicitatie- en informatieplicht

De zaak betreft een verzoekster die in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) betrokken is bij een procedure over de tussentijdse beëindiging van haar schuldsaneringsregeling. De rechtbank Midden-Nederland had op 23 maart 2015 een vonnis gewezen, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 8 juni 2015 een arrest uitbracht waarin de tussentijdse beëindiging werd bevestigd vanwege schending van de sollicitatie- en informatieplicht en het ontstaan van nieuwe schuld.

Verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop verzoekster reageerde. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Daarom wees de Hoge Raad het cassatieberoep af en bevestigde het arrest van het gerechtshof. Het arrest is op 9 oktober 2015 in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot namens de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, M.V. Polak en V. van den Brink.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof dat de tussentijdse beëindiging van de WSNP-regeling rechtmatig acht.

Uitspraak

9 oktober 2015
Eerste Kamer
15/02682
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster] ,
wonende te Nieuwegein,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] .

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/16/14/27 R van de rechtbank Midden-Nederland van 23 maart 2015;
b. het arrest in de zaak 200.167.325 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juni 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 30 juli 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
9 oktober 2015.