ECLI:NL:PHR:2015:2020
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing van de 30%-regeling bij herrekening Belgisch loon voor algemene compensatieregeling
Belanghebbende, die sinds 2009 in Nederland woont en werkt en tevens werkzaamheden in België verricht, maakte gebruik van de 30%-regeling voor zijn Nederlandse loon. Hij vorderde dat bij de berekening van de algemene compensatieregeling, bedoeld ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en België, het Belgische loon ook herrekend zou worden met inachtneming van de 30%-regeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, stellende dat de fictie van de algemene compensatieregeling niet zo ver gaat dat ook het Belgische loon fictief wordt behandeld alsof de 30%-regeling daarop van toepassing is. De 30%-regeling vereist een arbeidsrechtelijke verlaging van het loon en een aparte vergoeding, wat niet het geval was voor het Belgische loon.
De Advocaat-Generaal bevestigde dit standpunt en benadrukte dat de doelstellingen van de 30%-regeling en de algemene compensatieregeling verschillend zijn. De 30%-regeling is bedoeld om het Nederlandse vestigingsklimaat aantrekkelijk te maken voor buitenlandse werknemers, en het is niet de bedoeling dat deze regeling via de algemene compensatieregeling doorwerkt op in België verdiend loon.
De Hoge Raad volgde deze redenering en verklaarde het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond, waarmee bevestigd werd dat het Belgische loon niet met toepassing van de 30%-regeling herrekend hoeft te worden voor de algemene compensatieregeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; de 30%-regeling wordt niet toegepast op het Belgische loon bij de algemene compensatieregeling.