Conclusie
r, toevoeging hof] een eindkeuring betreffende lood krijgen. Tussentijdse monitoring in relatie tot mogelijke blootstelling aan lood zal in overleg met de projectleiding en de afdeling HSSE van BP nader worden bepaald. Contractor zal na instructie en in overeenstemming met de HSSE afdeling van BP zelfstandig zorg dragen voor genoemde keuring bij een daartoe uitgeruste Arbodienst. Elke brandwacht (…) dient aan de poort te kunnen aantonen dat hij/zij een loodkeuring heeft ondergaan. Contractor draagt zorg voor rapportage aan BP dat de mensen die ingezet worden op de BAT gekeurd zijn m.b.t. lood. (…)’. [2]
2.Bespreking van het cassatiemiddel
[A/B]) [5] , alvorens toe te komen aan de beantwoording van de vraag of de opdracht om bloed af te staan, gelet op de belangen van G4S bij die opdracht, afgewogen tegen de steekhoudende bezwaren van [eiser], redelijk was.
Subonderdeel 1.2sluit hierop aan met het betoog dat het hof ten onrechte niet, althans niet (voldoende) kenbaar, de toets uit het arrest
[A/B]heeft uitgevoerd, zodat het hof bij zijn oordeel is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, althans zijn oordeel onvoldoende (begrijpelijk) heeft gemotiveerd.
[A/B]) ter zake van de beoordeling of een ontslag wegens een dringende reden waarmee in zekere zin inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de werknemer (en daarmee op een van zijn grondrechten), objectief te rechtvaardigen is.
[A/B]geformuleerde criteria heeft getoetst, en op basis daarvan tot het oordeel is gekomen dat – gelet op de omstandigheden van het geval – van een ongerechtvaardigde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] geen sprake is, zodat niet kan worden gesproken van een steekhoudend bezwaar van [eiser] tegen de door G4S gegeven opdracht om bloed af te staan. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk of anderszins onvoldoende gemotiveerd.
[A/B]geformuleerde criteria niet als zodanig heeft benoemd, doet er niet aan af dat het die criteria wel correct heeft getoetst.
“strikt persoonlijke (…) reden”(memorie van grieven, pagina 2) en
“hem moverende en persoonlijke redenen”(memorie van grieven, pagina 8), in welk verband hij een beroep doet op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de onaantastbaarheid van het lichaam. [eiser] licht echter ook in appel in het geheel niet toe wat die redenen zijn en waarom zij gegrond moeten worden geacht, hetgeen wel op zijn weg had gelegen.’
[A/B]geformuleerde criteria correct heeft getoetst. Het hof heeft derhalve geen blijk gegeven van een verkeerde rechtsopvatting. Zijn oordeel dat geen mogelijkheid bestond voor een minder vergaande opdracht – zoals een urinetest – is overigens een in vergaande mate met de feiten verweven oordeel, dat in cassatie slechts terughoudend op begrijpelijkheid kan worden getoetst. Onbegrijpelijk is dat oordeel overigens allerminst. Wanneer een opdrachtgever, zoals BP, gelet op de gevaren die voor de gezondheid van de werknemers verbonden zijn aan het werken op zijn terrein, als voorwaarde voor het werken op het desbetreffende terrein een bloedtest op lood voorschrijft, kan dat wel degelijk meebrengen dat reeds om die reden door een opdrachtnemer niet met een minder vergaande test kon worden volstaan.