Conclusie
Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Parket bij de Hoge Raad
Klaagster had een klaagschrift ingediend tegen conservatoir beslag op haar sieraden en auto, gelegd in het kader van een Duits rechtshulpverzoek tot tenuitvoerlegging van een ontnemingsuitspraak tegen haar voormalig echtgenoot. De Rechtbank Overijssel verklaarde dit klaagschrift ongegrond en verklaarde de tenuitvoerlegging toelaatbaar voor een bedrag van €4.559, gerelateerd aan de waarde van de in beslag genomen goederen.
Klaagster stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking. De Hoge Raad oordeelt dat de beslissing van de Rechtbank tot tenuitvoerlegging onherroepelijk is geworden omdat geen rechtsmiddel tegen de uitspraak is ingesteld. Hierdoor kon de tenuitvoerlegging reeds in februari 2014 aanvangen.
De Hoge Raad benadrukt dat het verhaal van de inbeslaggenomen goederen plaatsvindt via het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en dat derden die rechten op deze goederen menen te hebben zich tot de burgerlijke rechter moeten wenden. Klaagster heeft daarom geen belang meer bij haar cassatieberoep tegen de beschikking waarin haar klaagschrift ongegrond is verklaard.
Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep van klaagster niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de Duitse ontnemingsuitspraak onherroepelijk is en de tenuitvoerlegging rechtsgeldig is gestart.