ECLI:NL:PHR:2015:1215
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herzieningsverzoek wegens persoonsverwisseling bij aanhouding voor alcoholovertreding
De zaak betreft een herzieningsverzoek ingediend door de veroordeelde die in 2007 door de politierechter te Alkmaar werd veroordeeld voor een overtreding van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 op 10 december 2006. De veroordeling werd gebaseerd op processen-verbaal waarin werd gesteld dat de verdachte was aangehouden na een positieve ademtest.
In 2010 vond een confrontatie plaats tussen de verbalisant en de aanvrager van de herziening, waarbij de verbalisant vaststelde dat de aangehouden persoon niet de aanvrager was. Dit leidde tot een vermoeden van persoonsverwisseling, wat de grond vormde voor het herzieningsverzoek. De verbalisant heeft dit bevestigd in een proces-verbaal van bevindingen dat later werd ondertekend.
De Procureur-Generaal heeft geadviseerd het verzoek gegrond te verklaren en de zaak terug te verwijzen naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling op grond van artikel 472, tweede lid, Sv. Dit omdat, indien de persoonsverwisseling bekend was geweest, de zaak waarschijnlijk tot vrijspraak had geleid.
De Hoge Raad heeft de stukken in handen gesteld van de Procureur-Generaal en verzocht om een schriftelijke toelichting op het procesverloop, met het oog op een zorgvuldige beoordeling van het herzieningsverzoek.
Uitkomst: De Hoge Raad zal het herzieningsverzoek gegrond verklaren en de zaak terugverwijzen naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting wegens vermoedelijke persoonsverwisseling.