ECLI:NL:PHR:2015:1035
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen
Verdachte is bij arrest van 20 december 2013 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba veroordeeld wegens medeplegen van voorbereiding van moord, overtreding van het vuurwapenverbod en deelneming aan een criminele organisatie. Hij kreeg een gevangenisstraf van vier jaar en negen maanden met aftrek van voorarrest.
Verdachte stelde beroep in cassatie in op 7 januari 2014. Op 5 oktober 2014 ontving hij persoonlijk een aanzegging met een termijn van zestig dagen om cassatieschriftuur in te dienen. Omdat verdachte niet binnen deze wettelijke termijn door een raadsman middelen van cassatie heeft ingediend, is het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet nageleefd.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is daarom dat verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep, wat leidt tot niet-ontvankelijkverklaring. Er is samenhang met andere zaken, maar in deze zaak is geen inhoudelijke beoordeling van de middelen gegeven.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van middelen.