ECLI:NL:PHR:2014:90

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 januari 2014
Publicatiedatum
4 maart 2014
Zaaknummer
13/02029
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens falende bewijsklacht bij rijden in onverzekerde auto

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem op 18 december 2012 verdachte veroordeeld tot een geldboete voor het rijden in een onverzekerde auto. Verdachte stelde dat hij slechts bijrijder was en niet zelf had gereden. De advocaat van verdachte klaagde over het bewijs dat verdachte de bestuurder zou zijn geweest.

De Hoge Raad constateert dat in het arrest van het hof een gedeelte van het relaas van de verbalisant, dat als bewijs werd gebruikt, niet is weergegeven. Hierdoor schiet de bewijsconstructie tekort, aangezien het bewijs slechts inhield dat een persoon als bestuurder werd gezien en dat het voertuig op naam van verdachte stond.

De Hoge Raad leest het arrest met herstel van deze misslag en concludeert dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte de bestuurder was. Desondanks vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op basis van het bestaande dossier.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.

Conclusie

Nr. 13/02029
Mr. Machielse
Zitting 7 januari 2014
Conclusie inzake:

[verdachte]

1. De enkelvoudige kamer van het Gerechtshof Arnhem heeft verdachte op 18 december 2012 voor het rijden in een onverzekerde auto een geldboete opgelegd.
2. Mr. T.P. Schut, advocaat te Amsterdam, klaagt onder meer over het bewijs dat verdachte zou hebben gereden. Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof gezegd dat hij slechts de bijrijder is geweest en niet zelf heeft gereden.
3. Bewijsmiddel 1 houdt slechts in dat verbalisant zag dat een persoon heeft gereden als bestuurder en dat het voertuig op naam van verdachte staat.
Mijns inziens schiet de bewijsconstructie inderdaad tekort.
4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden