ECLI:NL:PHR:2014:636
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden
Verdachte werd in eerste aanleg bij verstek veroordeeld door de politierechter op 24 februari 2012. Hij was op de zitting niet aanwezig vanwege de ziekte van zijn vader en had de rechtbank hiervan telefonisch op de hoogte gesteld. Ondanks dat wist verdachte van de zittingsdatum. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na uitspraak was ingesteld.
Verdachte stelde dat hij niet wist van de zittingsdatum en dat het hof zijn verklaring had gedenatureerd door een verkeerde datum te hanteren. De Hoge Raad constateerde echter dat er sprake was van een vergissing in het proces-verbaal en dat de juiste datum 24 februari 2012 was. Uit het dossier bleek dat het hoger beroep pas op 12 april 2012 was ingesteld, ruim na de termijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet ambtshalve hoefde te onderzoeken of de termijnoverschrijding verschoonbaar was, omdat verdachte dit niet had aangevoerd. Het middel faalde en het beroep werd verworpen. Er was geen grond voor vernietiging van het arrest van het hof.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn zonder verschoonbare reden.