Conclusie
middelklaagt met betrekking tot het onder 1 bewezenverklaarde dat het medeplegen c.q. het opzet op het medeplegen en/of de voorbedachte raad noch uit de gebezigde bewijsmiddelen, noch uit ’s Hofs bewijsmotivering kan/kunnen worden afgeleid.
A. Bespreking van enkele in hoger beroep gevoerde verweren en ingenomen standpunten met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde
Het standpunt van de verdediging
Het standpunt van het openbaar ministerie
Overwegingen en oordeel van het hof
- getuige [getuige 1] (bewijsmiddel 5) heeft – kort gezegd – verklaard dat hij zag dat een man in zijn zij werd geslagen, tegen een auto werd gedrukt, een schop in zijn knieholte kreeg waardoor hij door zijn knieën zakte en vervolgens door zijn hoofd werd geschoten;
- getuige [getuige 2] (bewijsmiddel 6) heeft verklaard dat hij zag dat de in het zwart geklede personen met bivakmutsen uit de witte Mercedes stapten, dat zij richting een persoon liepen, dat deze man een klap op zijn lichaam kreeg, vooroverboog en nadat de getuige een schot hoorde, in elkaar zakte;
- getuige [verbalisant] (bewijsmiddel 10) heeft ter terechtzitting in hoger beroep beelden getoond die zijn gemaakt met bewegingscamera’s en heeft verklaard dat een schermutseling heeft plaatsgevonden rondom de auto van [slachtoffer];
- het clusterproces-verbaal camerabeelden (bewijsmiddel 11) houdt terzake in dat om 22.13 uur twee personen uit de witte bedrijfsbus stappen en naar [slachtoffer] toelopen, dat ze ongeveer 5 seconden op die plek blijven staan, waarbij wordt gezien dat een persoon wordt vastgepakt, naar de grond zakt en weer omhoog wordt getild, en direct daarna teruglopen naar de bus.
Ook wijs ik op de verklaring van de in de bestelbus achtergebleven [medeverdachte 2] (bewijsmiddel 3), die heeft verklaard dat het allemaal heel snel ging en het gebeuren heeft aangemerkt als “secondewerk”.
- verzoeker in Rotterdam is opgehaald door de medeverdachten waarna zij naar het brugrestaurant zijn gereden en aldaar ruim vijf uren hebben gewacht totdat het slachtoffer alleen was;
- verzoeker met medeverdachte [medeverdachte 1] en de onbekend gebleven vierde man in de bus Papiaments heeft gesproken;
- zij in die uren de bestelbus een aantal keren hebben verplaatst totdat deze vlakbij de auto van het slachtoffer stond geparkeerd;
- zij hebben gewacht op het moment dat [slachtoffer] alleen was en dat verzoeker en zijn onbekende medeverdachte toen gemaskerd en bewapend uit de bestelbus zijn gestapt, doelgericht op het slachtoffer zijn afgelopen en [slachtoffer] met een opzetschot door zijn hoofd hebben geschoten waarop deze vrijwel onmiddellijk is overleden;
- uit niets blijkt dat een ruzie aan het schieten is voorafgegaan zodat het neerschieten van het slachtoffer naar uiterlijke verschijningsvorm een koelbloedige liquidatie was;
- het beeld van een koelbloedige liquidatie steun vindt in het zogenoemde opzetschot in het hoofd van het slachtoffer, hetgeen kenmerkend is voor een liquidatie en dat een liquidatie naar haar aard van tevoren is beraamd.