ECLI:NL:PHR:2014:437
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende belang bij vernietiging mishandeling en bedreiging
Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor meervoudige mishandeling van zijn kind en bedreiging gericht tegen het leven, met een geldboete en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Tegen dit vonnis is cassatie ingesteld met het middel dat het hof ten onrechte een niet-beëdigde verklaring van een minderjarige getuige als bewijs gebruikte zonder de vereiste motivering.
De Hoge Raad overweegt dat het hof inderdaad niet expliciet heeft gemotiveerd waarom het proces-verbaal van de verklaring van de twaalfjarige getuige, afgelegd tegenover de rechter-commissaris zonder beëdiging, als betrouwbaar werd beschouwd. Echter, aangezien de verklaring niet gemotiveerd is betwist en door andere getuigenverklaringen wordt bevestigd, acht de Hoge Raad het belang van verdachte bij cassatie onvoldoende.
De wetgever verlangt dat de rechter bij het gebruik van niet-beëdigde verklaringen de betrouwbaarheid motiveert, maar in dit geval is dat niet tot nietigheid van het arrest aanleiding. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep daarom niet-ontvankelijk, omdat een mogelijke gunstigere uitspraak bij herbehandeling geen rechtens te respecteren belang vormt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang bij vernietiging.