Conclusie
middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof betreffende de niet strafbaarheid van het onder 2 bewezen verklaarde feit getuigt van een onjuiste rechtsopvatting betreffende art. 1 Besluit Pro toepassingsverklaring internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee 1972 in verbinding met de Wet installaties Noordzee, althans dat het hof de verdachte ter zake van dit feit heeft ontslagen van alle rechtsvervolging wegens niet strafbaarheid van het feit op gronden die deze beslissing niet kunnen dragen.