ECLI:NL:PHR:2014:2751
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-tijdige indiening middelen
Het cassatieberoep van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hoewel het beroep in cassatie is ingesteld, is niet tijdig een schriftuur houdende de middelen van cassatie ingediend door een raadsman. De aanzegging van het cassatieberoep is op 12 augustus 2014 aan verdachte persoonlijk betekend en op 18 augustus 2014 aan zijn raadsman medegedeeld.
Volgens artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering dient binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie te worden ingediend, op straffe van niet-ontvankelijkheid. Nu deze termijn niet is nageleefd, is verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring. Deze zaak hangt samen met andere zaken tegen medeverdachten waarin een soortgelijke conclusie is getrokken.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens niet-tijdige indiening van de schriftuur met middelen van cassatie.