ECLI:NL:HR:2012:BY0094
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens innerlijke tegenstrijdigheid bewijsvoering voorbedachte raad bij doodslag
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte met voorbedachte raad een persoon heeft gedood. Het hof had geoordeeld dat verdachte voldoende gelegenheid had om na te denken over zijn daad en dat hij niet handelde uit een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. De verdachte had volgens het hof met een vuurwapen van korte afstand gericht geschoten, wat leidde tot het overlijden van het slachtoffer.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor voorbedachte raad, waarbij het gaat om een afweging van omstandigheden die het bestaan van een beredeneerd besluit ondersteunen of juist tegenstaan. Hoewel het hof stelde dat verdachte meer dan voldoende gelegenheid had om zich te beraden, bevatte de bewijsvoering een innerlijke tegenstrijdigheid. Het hof achtte de verklaring van verdachte dat hij het slachtoffer slechts wilde aanhouden ongeloofwaardig, terwijl een opgenomen verklaring juist anders luidde.
De Hoge Raad oordeelt dat deze tegenstrijdigheid een punt van niet-ondergeschikte betekenis betreft en vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het betrekking heeft op feit 1 en de strafoplegging. De zaak wordt verwezen naar het hof te Arnhem voor hernieuwde berechting en afdoening. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens innerlijke tegenstrijdigheid in de bewijsvoering over voorbedachte raad en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.