Conclusie
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld voor diefstal van een afstandsbediening en een COAX-kabel, met een taakstraf van veertig uur subsidiair twintig dagen hechtenis. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad onderzocht of het hof terecht had geoordeeld dat verdachte met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening de goederen had weggenomen.
De verdediging voerde aan dat het enkele feit dat verdachte de voorwerpen oppakte onvoldoende is om het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening aan te nemen. Het hof had geoordeeld dat verdachte als heer en meester over de goederen was gaan beschikken door deze op te rapen en bij zich te steken, en dat dit het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening aannemelijk maakte.
De Hoge Raad oordeelt echter dat uit de verklaring van verdachte, die het hof juist achtte, blijkt dat verdachte op het geluid van een vermoedelijke inbraak afkwam en de voorwerpen op de grond vond. Het is niet duidelijk of deze op straat of op het erf lagen. Hierdoor kan niet zonder meer worden aangenomen dat verdachte met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening handelde. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug voor een passende beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende bewijs voor het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.