ECLI:NL:PHR:2014:1901
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing exclusiviteitsbeding in overeenkomst afvalverwerking
In deze zaak draait het om de vermeende schending van een exclusiviteitsbeding in een overeenkomst tussen TRMI en Attero over de verwerking van afvalstoffen. TRMI had exclusiviteit bedongen om te voorkomen dat Attero rechtstreeks zaken zou doen met een buitenlandse verwerker, Cementownia, zonder tussenkomst van TRMI. Hoewel Attero afvalstoffen naar een aan Cementownia gelieerde onderneming wilde transporteren, is het afval door Poolse autoriteiten onderschept en teruggehaald, waardoor het niet bij Cementownia is afgeleverd.
TRMI vorderde betaling wegens vermeende contractbreuk en onrechtmatige daad, maar rechtbank en hof stelden vast dat Attero niet verplicht was medewerking te verlenen aan afronding van de afspraken en dat het exclusiviteitsbeding niet was geschonden omdat het afval Cementownia niet had bereikt. De Hoge Raad bevestigt deze uitleg en wijst het cassatieberoep af. De uitleg van het begrip 'leveren' is aan de feitenrechter en het hof heeft dit op begrijpelijke wijze gedaan.
De Hoge Raad merkt op dat het hof niet heeft hoeven oordelen over de vraag of het hier een bemiddelingsovereenkomst betreft en dat de stellingen over illegale transporten en strafprocedures te laat zijn ingebracht. Daarmee blijft het oordeel van het hof ongewijzigd en wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van TRMI wordt verworpen omdat Attero het exclusiviteitsbeding niet heeft geschonden.