ECLI:NL:PHR:2014:1882
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens opgeheven ongewenstverklaring leidt tot vrijspraak
De aanvrager werd bij vonnis van de Politierechter te Amsterdam op 3 augustus 2012 veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens verblijf als ongewenste vreemdeling in Nederland. Namens hem werd een aanvraag tot herziening ingediend op grond van art. 457 lid 1 aanhef Pro en onder c Sv, omdat de ongewenstverklaring met terugwerkende kracht per 1 augustus 2011 was opgeheven bij beschikking van 1 april 2014.
De Hoge Raad overweegt dat de opgeheven ongewenstverklaring inhoudt dat het besluit tot ongewenstverklaring geacht moet worden niet te zijn gegeven. Dit levert een gegeven op dat bij de oorspronkelijke terechtzitting niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat de Politierechter, indien hiervan op de hoogte, tot vrijspraak zou zijn gekomen.
De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond, beveelt zo nodig opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling en beslissing. Hiermee wordt het belang van een juiste rechtsgang en correcte toepassing van het vreemdelingenrecht gewaarborgd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.