Conclusie
eerstemiddel komt op tegen ’s Hofs verwerping van twee namens verdachte gevoerde verweren met betrekking tot verricht forensisch onderzoek. Anders dan het middel wil, zijn beide overwegingen van het Hof rechtens deugdelijk. Ten aanzien van de overweging omtrent het DNA-mengprofiel op de wapenstok wijs ik de steller van het middel erop dat het Hof mede heeft gelet op het ‘matchende’ mengprofiel van het later overleden slachtoffer [slachtoffer] op die wapenstok; het Hof heeft in aansluiting daarop toereikend gemotiveerd waarom het aannemelijk acht dat verdachte de donor is van het overig aangetroffen celmateriaal in het desbetreffende mengprofiel. Voor het aanbrengen van andere feitelijke mogelijkheden is bij de beoordeling van de zaak in cassatie geen mogelijkheid. Ook de betwisting van ‘s Hofs overweging over de bloedsporen op verdachtes jas is tevergeefs; in de toelichting op die klacht wordt de selectie- en waarderingsvrijheid van het Hof miskend.
tweedemiddel klaagt over de onder 2 bewezenverklaarde mishandeling van [betrokkene], de partner van [slachtoffer]. Geklaagd wordt dat niet uit de bewijsvoering blijkt dat haar meerdere klappen op het hoofd zijn gegeven. Anders dan het middel wil, heeft het Hof echter kennelijk en niet onbegrijpelijk de feiten anders vastgesteld: “Oma werd met een stokachtig voorwerp op haar hoofd geslagen” sluit geenszins uit dat dit meerdere keren is gebeurd en dat het om meerdere klappen ging vindt steun in de bij haar waargenomen verwondingen aan het hoofd. Dat een medeverdachte één klap op haar hoofd heeft waargenomen, biedt steun aan de wijze van handelen jegens [betrokkene] en ondermijnt niet de vaststelling dat dit meerdere keren is gebeurd. Het middel stipt voorts aan dat het Hof aan het slot in de aanvulling met bewijsmiddelen noemt “Toen zijn partner zich ermee bemoeide, is ook zij mishandeld”, zonder dat de bewijsvoering (de vindplaats in het dossier) inhoudt (van) dat zij deze klappen op dat moment kreeg. Gesteld al dat dit onderdeel relevant zou zijn voor de bewijsvoering, quod non, dan heeft te gelden dat een nieuwe behandeling van de zaak op dit ondergeschikte punt niet tot een andere uitkomst ten aanzien van de bewezenverklaring zal leiden en dat verdachte in cassatie aldus niet een voldoende in rechte te respecteren belang heeft bij deze klacht. [2]
derdemiddel klaagt over schending van de redelijke termijn en rechtvaardigt gelet op de arresten van de Hoge Raad van 11 september 2012 over toepassing van artikel 80a RO geen behandeling in cassatie. [3]