ECLI:NL:PHR:2014:1827

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2014
Publicatiedatum
13 oktober 2014
Zaaknummer
13/05430
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Conclusie Procureur-Generaal inzake niet-ontvankelijkheid cassatieberoep na tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf

Het cassatieberoep betreft een beslissing van het Gerechtshof Amsterdam van 18 oktober 2013 over de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf. De Procureur-Generaal stelt dat het beroep tijdig is ingediend, maar dat het middel faalt omdat de rechter niet verplicht is om zijn beslissing tot tenuitvoerlegging nader te motiveren indien aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.

De conclusie is dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Dit betekent dat de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk zal behandelen.

Deze conclusie is gebaseerd op de interpretatie van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering en de jurisprudentie omtrent de tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen. De Procureur-Generaal adviseert de Hoge Raad om het cassatieberoep af te wijzen wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het voldoen aan de wettelijke voorwaarden voor tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf.

Conclusie

Nr. 13/05430
Mr. Vegter
Zitting 16 september 2014
Standpunt/conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof Amsterdam van 18 oktober 2013. Er is tijdig een schriftuur ingekomen.
2. Het middel stuit af op de omstandigheid dat indien aan de wettelijke voorwaarden voor tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf is voldaan, de rechter niet gehouden is zijn beslissing tot tenuitvoerlegging, ook als verweer is gevoerd, nader te onderbouwen.
3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie nu de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG