3. Het
tweede middelklaagt dat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.
4. Aan verdachte is onder feit 1 ten laste gelegd dat:
“hij in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 16 oktober 2009, in elk geval op of omstreeks 16 oktober 2009, in de gemeente Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [a-straat]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1090, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
Subsidiair, althans indien ter zake het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:
één of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 16 oktober 2009, in elk geval op of omstreeks 16 oktober 2009, in de gemeente Middelburg, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad in een pand aan de [a-straat] (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer 1090, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 16 oktober 2009 in de gemeente Middelburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door samen met zijn mededaders), althans alleen, aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen”.
5. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 19 oktober 2012 houdt onder meer het volgende in:
“De advocaat-generaal voert het woord tot requisitoir:
De aangetroffen hennepkwekerijen zijn in gezamenlijkheid groot en professioneel van aard. De zoon van verdachte, [betrokkene 1], heeft verklaard dat hij geen wetenschap had van de in de loods gevestigde hennepkwekerijen. (…) Verdachte heeft verklaard dat de loods is onderverhuurd aan een onbekende derde. Hij geeft als signalement een lange, blanke man met blond haar, 35 à 40 jaar oud en rijdend in een Mercedes. Deze persoon zou hem € 3.000,- hebben betaald. Niemand kan iets verklaren over deze persoon. Er is geen schriftelijke overeenkomst, zijn naam is onbekend en evenmin is een woonplaats bekend.
Ik stel vast dat de hennepkwekerijen in de beschikkingsmacht van verdachte lagen. Verdachte woonde in het naastgelegen pand en had inmiddels ook zijn klusbedrijf in de loods gevestigd. Verdachte woont dus in de nabijheid van de loods en werkt in de loods. Het moet veel tijd en moeite hebben gekost om hennepkwekerijen van deze professionaliteit en omvang op te bouwen. De verbalisanten relateren dat met twee man minimaal zes weken nodig zijn geweest om de hennepkwekerijen op te bouwen. Verdachte, die in de buurt woonde en in de loods werkte, verklaart dat hij niets mee heeft gekregen van het opbouwen van de hennepkwekerijen of het in werking zijn daarvan. Deze verklaring is volstrekt ongeloofwaardig. Verdachte moet minstens gezien of gehoord hebben dat er bedrijvigheid was in de loods.
Ik merk op dat het feit dat verdachte niet in het bezit is van een sleutel die toegang verschaft tot de hennepkwekerijen, vragen oproept […] of verdachte samen en in vereniging met een ander of anderen heeft geteeld. Verdachte is huurder en gebruiker van de loods. Vervolgens ligt het op zijn weg om uit te leggen hoe de hennepkwekerijen in de loods, waarover hij de beschikkingsmacht heeft, terecht zijn gekomen. Zijn uitleg imponeert geenzins. Hij zou de loods hebben onderverhuurd aan een derde. Hij heeft geen naam of adres en hij heeft geen schriftelijke overeenkomst. Al met al een ongeloofwaardige verklaring.
Ik ga ervan uit dat anderen de hennepkwekerij hebben ingericht en onderhouden. Mijns inziens heeft verdachte daartoe ruimte en gelegenheid gegeven. Het horen, zien en zwijgen van verdachte is te kwalificeren als medeplichtigheid aan de hennepkwekerijen.
Op grond van het vorenstaande vorder ik vrijspraak van [het onder 1 primair ten laste gelegde feit]. Ik vorder bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit. (…)
De raadsman voert het woord tot pleidooi:
(…) [Cliënt wist niet] dat in de door hem gehuurde loods hennepkwekerijen aanwezig waren. Cliënt heeft de loods waarin de hennepkwekerijen zijn aangetroffen zonder schriftelijk contract aan een derde verhuurd. Dat is te verklaren, gelet op de penibele financiële situatie waarin cliënt verkeerde. Hij had diverse schulden. Er was een huurder die € 3.000,- wilde betalen om de loods te huren. Hij heeft deze persoon drie of vier keer gezien. Hij weet niet de naam van die persoon en hij heeft ook geen telefoonnummer. Wellicht heeft cliënt lichtvaardig gehandeld, maar dat is te verklaren door de penibele situatie waarin hij verkeerde. Cliënt heeft in dit verband verklaard dat hij niets heeft geroken en ook niet weet hoe weed ruikt. Hij heeft evenmin iets gezien. Daarbij moet worden opgemerkt dat cliënt pas sinds kort zijn spullen in de loods had geplaatst en collega [betrokkene 2] meestal in de loods werkte. Hij heeft tot vlak voor de ontmanteling van de hennepkwekerijen altijd in de loods aan de [b-straat] gewerkt.
(…) Cliënt was niet in het bezit van een sleutel en heeft geen antecedenten op het gebied van de Opiumwet. Er is geen bewijs van het opzet op het telen van hennep, dan wel de medeplichtigheid daaraan. Ik verzoek u cliënt vrij te spreken van het aan hem ten laste gelegde.”
6. Toch heeft het hof ten laste van verdachte bewezen verklaard dat:
“hij in de periode van 1 september 2009 tot en met 16 oktober 2009 in de gemeente Middelburg opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan de [a-straat]) een hoeveelheid van in totaal 1090 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.”
7. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (…) voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van eigen waarneming en bevindingen van de verbalisanten dan wel één van hen:
Op 16 oktober 2009 reden wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], omstreeks 21.30 uur over de [a-straat] te Middelburg. Wij zagen dat de roldeur van de achter het pand [a-straat] gelegen loods open stond. Wij, verbalisanten, zijn de loods binnen gegaan, om te kijken of de loods was opengebroken.
Wij zagen dat er zich in deze loods een afgetimmerde ruimte bevond. Deze bevond zich over de gehele breedte van de loods.
Wij verbalisanten hadden sterk het vermoeden dat er zich achter deze afgetimmerde ruimte een hennepkwekerij zou bevinden.
Op een gegeven moment kwam een man de loods binnen lopen. Dit bleek later [verdachte] te zijn. Hij verklaarde dat zijn zoon [betrokkene 1] eigenaar van de loods is.
Op ons verzoek heeft [verdachte] zijn zoon [betrokkene 1] gebeld. [betrokkene 1] kwam even later ter plaatse. [betrokkene 1] verklaarde dat hij geen sleutel van de loods had. Tevens deelde hij mede dat hij de eigenaar van de loods was en dat hij deze loods verhuurde aan zijn vader [verdachte].
Wij hoorden dat [verdachte] ons toestemming gaf om de deur naar de afgetimmerde ruimte te forceren. [verdachte] heeft vervolgens met een breekijzer de beveiligingsstrip van de deur verwijderd. Ik, verbalisant [verbalisant 2], heb vervolgens de deur open gebroken.
Vervolgens hebben wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], het afgetimmerde gedeelte betreden. Nadat wij een deur hadden geopend, rook ik, verbalisant [verbalisant 1], een henneplucht. Wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], zagen dat er planten in zwarte potten stonden. Wij, verbalisanten, herkenden deze planten, gelet op hun kleur, geur en vorm, als zijnde hennepplanten. Wij zagen dat er boven deze hennepplanten assimilatielampen hingen, welke in werking waren. Binnen de afgetimmerde ruimte bevonden zich nog twee ruimtes met daarin in werking zijnde hennepkwekerijen.
2. Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.5 november 2009, in wettige vorm opgemaakt door [verbalisant 1], agent, en [verbalisant 3], brigadier van politie (…) voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van eigen waarneming en bevindingen van de verbalisanten dan wel één van hen: