ECLI:NL:PHR:2014:1179
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op integrale proceskostenvergoeding bij onzorgvuldige WOZ-waardering
Belanghebbende, eigenaar van een verhuurde bovenwoning, maakte bezwaar tegen de WOZ-waardering die aanvankelijk te hoog werd vastgesteld. Na overlegging van een taxatierapport werd de waarde verlaagd en werd een deel van de taxatiekosten vergoed. Belanghebbende vorderde vervolgens integrale vergoeding van de taxatiekosten.
De Rechtbank wees de volledige vergoeding af omdat niet aannemelijk was dat het taxatierapport specifiek voor de WOZ-waarde was opgesteld. Het Hof oordeelde echter dat het rapport wel degelijk ter onderbouwing van het bezwaar diende en dat de kosten redelijk waren. Bovendien stelde het Hof vast dat de gemeente de bezwaren van belanghebbende jarenlang niet serieus had genomen, wat bijzondere omstandigheden opleverde voor volledige vergoeding.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof, wijst het beroep van het College af en benadrukt dat een beslissing over bezwaarkostenvergoeding deel moet uitmaken van de uitspraak op bezwaar. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat de integrale kosten van het taxatierapport voor rekening van de heffingsambtenaar komen vanwege de onzorgvuldige behandeling van het bezwaar.
Uitkomst: Het beroep van het College wordt ongegrond verklaard en de integrale proceskostenvergoeding komt voor rekening van de heffingsambtenaar.