Voetnoten
1.Ik merk hier op dat de volgorde van de vragen ook omgekeerd kan worden: indien wordt vastgesteld dat geen sprake is van een prestatie sui generis, maar van de levering van broed-met-bijkomstige-toevoegingen, is de vervolgvraag of het broed onder het verlaagde tarief valt. Rechtbank Leeuwarden heeft die volgorde gehanteerd, in die zin dat zij oordeelde dat de levering van de growkit een prestatie sui generis is, die onder het algemene tarief valt. Aan de vraag of broed als zodanig onder het verlaagde tarief valt, kwam zij daarom niet meer toe.
2.Zie onderdeel 2 van het nader te melden controlerapport van 4 mei 2007.
3.Zie ook het door het Hof in punt 2.3 van zijn uitspraak geciteerde passage uit het nader te melden controlerapport, waarin roggebroed is omschreven als: ‘de rogge, rijst o.i.d. wordt gesteriliseerd waarna mycelium (…) wordt toegevoegd. Het dan ontstane product (…) werd (…) verkocht aan de afnemers’.
4.Het Hof heeft op dit punt geciteerd uit het controlerapport van het bij belanghebbende ingestelde boekenonderzoek. Daarin is (zie punt 2.3 van de uitspraak van het Hof) onder meer vermeld dat de fermiculiet ‘voor de vochtregulering en voeding’ is. Belanghebbende bestrijdt – onder meer in de pleitnota in de procedure voor het Hof – dat de toevoegingen voedingsstoffen bevatten.
5.Uit de stukken van het geding, waaronder met name het hierna te noemen controlerapport, leid ik af dat de toepassing van het verlaagde tarief op de levering van broed-in-plastic-zakken niet in geschil is.
6.Bij de vof en bij [X2] is op 27 maart 2007 een boekenonderzoek ingesteld. Bij de vof betrof het onderzoek de periode 2002-2005, bij [X2] zag het onderzoek op het jaar 2006. Van elk van beide onderzoeken is op 4 mei 2007 een rapport opgemaakt. Deze rapporten zijn – wat betreft de door de controlerend ambtenaar voorgestane omzetbelastingtechnische behandeling van growkits – gelijkluidend.
7.De inspecteur van de Belastingdienst/[P].
8.Deze naheffingsaanslag heeft geresulteerd in de bij de Hoge Raad onder nummer 13/01817 geregisteerde procedure.
9.Deze naheffingsaanslag heeft geresulteerd in de bij de Hoge Raad onder nummer 13/01818 geregistreerde procedure.
10.MvH: Het citaat is afkomstig uit de hofuitspraak met kenmerk 11/00213 (HR 13/01818). Opgemerkt zij dat dit woord in de hofuitspraak met kenmerk 11/00214 (HR 13/01817) als ‘psylocibe’ gespeld is.
11.MvH: zie vorige voetnoot.
12.Per 1 januari 2007 is de Zesde richtlijn vervangen door de btw-richtlijn (richtlijn 2006/112/EG).
13.Ook zijn pleitnota in de procedure voor het Hof (getiteld: ‘aantekeningen’) doet belanghebbende een beroep op deze brieven.
14.Kamerstukken II, vergaderjaar 1987-1988, 20 506, nr. 3, blz. 7.
15.Zie ook de Beschikking van de staatssecretaris van Financiën van 1 februari 1994, nr. VB 93/3553, het zogenoemde Voorschrift Tabel I, dat gold toen de feiten van onderhavige zaak zich voordeden (2005-2006). In hoofdstuk 7 (‘Post A.3’)”, paragraaf 2, van dit Voorschrift was in wezen hetzelfde opgenomen als in de memorie van toelichting op post a.3, te weten: “Onder de post vallen zowel de jonge groente- en fruitplanten die zijn bestemd voor de uitpoot van groenten en fruit als de delen van dergelijke planten (zoals wortels en wortelstokken) en champignonbroed. Zo kunnen onder de post worden gerangschikt: plantuitjes, witlofwortelen, rabarberplantjes, aardbeiplanten en pootaardappelen.”
16.Waarbij ik opmerk dat land- en tuinbouwzaden voor zover deze dienen voor de teelt van de in Tabel I genoemde producten en oliehoudende zaden een ‘eigen’ tabelpost hebben: op grond van Tabel I, post a.41 valt de levering (en invoer) van deze zaden onder het verlaagde tarief.
17.Van post a.1 (‘
18.Kamerstukken II, vergaderjaar 1987-1988, 20 506, nr. 3, blz. 1-2.
19.Bij Wet van 21 december 1988,
20.Kamerstukken II, vergaderjaar 1987-1988, 20506, nr. 3, blz. 6.
21.Zie de eerste en tweede overweging van de considerans van de ‘tariefrichtlijn’. De tariefrichtlijn diende (dan ook) uiterlijk op 31 december 1992 te worden geïmplementeerd. Aan de totstandkoming van deze richtlijn lagen uitgebreide discussies ten grondslag. Zie onder meer D.B. Bijl, M.E. van Hilten, D.G van Vliet,
22.Ik merk hier reeds op dat punt 1 van de bijlage licht is gewijzigd bij de vervanging daarvan door (bijlage III bij) de btw-richtlijn. In de Deense, Franse, Italiaanse, Nederlandse en Engelse versie stond achter ‘voor menselijke consumptie’ in bijlage H, categorie 1 een puntkomma. In de Deense, Franse, Italiaanse en Nederlandse versie van bijlage III is dit een komma geworden. Zie ook HvJ 3 maart 2011, Commissie/Nederland, C-41/09, punt 46.
23.MvH: bedoeld is de bevoegdheid van de betrokken lidstaten om te bepalen welke handelingen ingevolge deze bepalingen van de Zesde richtlijn voor een verlaagd tarief in aanmerking kunnen komen, en om die handelingen te definiëren (zie punt 35 van het arrest).
24.HvJ 23 oktober 2003, Commissie/Duitsland, C-109/02.
25.MvH: dat wil zeggen, diensten die met elkaar concurreren.
26.Ook in het arrest van 10 maart 2011, Bog e.a., gevoegde zaken C-497/09, C-499/09, C-501/09 en C-502/09 stond bijlage H, categorie 1 centraal. In dat arrest overwoog het HvJ dat het begrip ‘levensmiddelen’ van categorie 1 van bijlage H zo moet worden opgevat dat het ook spijzen en maaltijden omvat die door koken, braden, bakken of op andere wijze zijn bereid om onmiddellijk te worden geconsumeerd. Voor de onderhavige zaak is dit arrest niet van belang.
27.Verdrag van 21 februari 1971, Trb, 1989,129.
28.Gedoeld wordt op de rechtspraak van het HvJ over de invoer en handel in verdovende middelen, zoals HvJ 5 februari 1981, Horvath, 50/80, HvJ 26 oktober 1982, Einberger I, 240/81, 28 februari 1984, Einberger II, 294/82, HvJ 5 juli 1988, Happy Family, 289/86.
29.Ik verwijs hier naar onderdeel 4.7 van de conclusie van mijn ambtgenoot P.J. Wattel voor het arrest van de Hoge Raad van 3 januari 2001, 35609, ECLI:NL:PHR:2001:AA9244, BNB 2001/194. 30.In dit verband kan een parallel worden getrokken tussen schoonmaakazijn en tafelazijn: hoewel niet uitgesloten is dat schoonmaakazijn wordt of zou kunnen worden geconsumeerd, is het daarmee nog geen ‘voedingsmiddel’, anders dan tafelazijn dat, naar het mij voorkomt, wel onder Tabel I, post a.1 kan worden gebracht, zo niet onder onderdeel a van die post, dan toch onder onderdeel b.
31.Geciteerd in punt 2.5 van deze conclusie.
32.En ik kan uit de dossiers niet afleiden of de geadresseerde van de brief, [E], belanghebbendes gemachtigde is (geweest).
33.Zie punt 3.2.2 van deze conclusie.
34.Zie bijvoorbeeld de zogeheten doorbraakarresten van Hoge Raad van 12 april 1978, nrs. 18452, 18464 en 18495, BNB 1978/135-137 m.nt. Tuk.
35.Behalve in de in punt 5.1 van mijn conclusie van 6 september 2011 opgesomde arresten, vinden we overwegingen van deze aard in de arresten van het HvJ van 22 oktober 2009, Swiss Re Germany Holding, C-242/08, punt 51, van 27 september 2012, Field Fisher Waterhouse, C-392/11, punten 16 en 18 en van 17 januari 2013, BGZ Leasing, C-224/11, punt 31.
36.We vinden een overweging als deze bijvoorbeeld ook in de arresten van het HvJ van 27 oktober 2005, Levob, C-41/04, punt 20, van 11 februari 2010, Graphic Procédé, C-88/09, punt 20 en van 2 december 2010, Everything Everywhere, C-276/09, punt 26. Ik ga ervan uit dat hetgeen het HvJ hier over diensten overweegt, evenzeer geldt voor een samenstel van leveringen (of van leveringen en diensten).