ECLI:NL:PHR:2014:10
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Borgtochtovereenkomst curator en echtgenote: zorgplicht en voorlichtingsplicht curator
In deze zaak staat centraal of een faillissementscurator jegens een particuliere borg, hier de echtgenote van de hoofddebiteur, een bijzondere zorg- en voorlichtingsplicht heeft bij het sluiten van een borgtochtovereenkomst. De curator had borgtocht bedongen voor een vordering voortvloeiend uit onrechtmatige onttrekking van gelden door de echtgenoot, curator in eerdere faillissementen.
De borgster stelde zich op het standpunt dat haar wil niet overeenkwam met de verklaring in de borgtochtovereenkomst, omdat zij slechts borg wilde staan voor de overwaarde van haar woning en alleen indien deze werd verkocht. Het hof oordeelde dat de curator haar had moeten waarschuwen voor de risico's van de borgtocht, met name dat deze niet beperkt was tot de overwaarde bij verkoop, en dat de curator zonder die voorlichting geen beroep kon doen op gerechtvaardigd vertrouwen.
De Hoge Raad stelt dat dit oordeel onjuist is omdat de curator niet gelijkgesteld kan worden aan een professionele kredietverstrekker zoals een bank, en dat de borgtocht hier niet in het kader van kredietverlening is aangegaan. De curator heeft geen bijzondere waarschuwingsplicht om de borgster te informeren over de reikwijdte van de borgtocht, tenzij hij wist of had moeten begrijpen dat er een misverstand bestond dat de besluitvorming van de borgster beïnvloedde. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing over de zorgplicht van de curator jegens de borgster.