ECLI:NL:PHR:2013:CA0820
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over wijziging en bestaan fiscale eenheid omzetbelasting
Belanghebbende, een natuurlijk persoon, werd bij beschikking samen met drie BV's als één ondernemer aangemerkt voor de omzetbelasting (fiscale eenheid). Na bezwaar stelde de Inspecteur dat twee BV's ten onrechte waren opgenomen, wat werd bevestigd door Rechtbank en Hof. Het Hof oordeelde dat belanghebbende de bedrijfsactiviteiten van een BV i.o. verrichtte en dat hij samen met de overgebleven BV als fiscale eenheid gold. Tevens vond het Hof geen schending van beginselen van behoorlijk bestuur of rechtszekerheid.
Belanghebbende stelde vijf cassatiemiddelen in. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de beschikking fiscale eenheid voor het bestaan van de fiscale eenheid van ondergeschikt belang is en dat wijziging van de beschikking mogelijk is zonder volledige vernietiging. Middel II en V slaagden vanwege onvoldoende motivering door het Hof, met name over de toepassing van de situatie per datum van de beschikking. Middelen I, III en IV faalden.
De zaak behandelt de betekenis van de beschikking fiscale eenheid, de voorwaarden voor het ondernemerschap binnen de fiscale eenheid, en de mogelijkheid tot wijziging van de beschikking bij bezwaar. De Hoge Raad benadrukt dat ondernemers met verschillende ondernemingen kunnen deelnemen aan een fiscale eenheid mits aan de voorwaarden wordt voldaan. De beschikking dient ter rechtszekerheid en kan worden gewijzigd zonder dat dit leidt tot terugwerkende kracht. De zaak wordt verwezen voor nadere beoordeling van de motivering door het Hof.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen voor nadere beoordeling van de motivering over de situatie per datum van de beschikking en de beginselen van behoorlijk bestuur.