ECLI:NL:PHR:2013:CA0473
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing getuigenverzoek
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens wederrechtelijk betreden van een besloten erf. De verdediging verzocht het hof om een getuige te horen die mogelijk kon aantonen dat de verklaring van de verbalisanten onjuist was. Dit verzoek werd door het hof afgewezen met de motivering dat uit het dossier geen aanwijzingen volgden dat de verklaring onjuist was en dat het horen van de getuige het verdedigingsbelang niet zou dienen.
De Hoge Raad oordeelt dat deze motivering onjuist is. Het verdedigingsbelang is immers juist aanwezig wanneer een verdachte een getuige wil horen om aan te tonen dat een proces-verbaal onjuist is. Het hof heeft ten onrechte het verzoek afgewezen op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor onjuistheid en heeft daarmee onvoldoende rekening gehouden met het belang van de verdediging.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het hof of een ander hof voor een nieuwe beoordeling in hoger beroep, waarbij het getuigenverzoek opnieuw in overweging moet worden genomen. Er zijn geen ambtshalve gronden gevonden om het arrest te handhaven.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling waarbij het getuigenverzoek opnieuw moet worden beoordeeld.