ECLI:NL:PHR:2013:BZ7393
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overgangsrecht en serieuze onderhandelingsplicht bij onteigeningsprocedure na Crisis- en herstelwet
De zaak betreft een cassatieberoep van Reca-Berg tegen een vonnis waarin vervroegde onteigening door de Provincie Limburg is uitgesproken. Kern van het geschil is de vraag of op de administratieve fase van de onteigeningsprocedure het oude recht of het nieuwe recht van de Crisis- en herstelwet van toepassing is, en of de Provincie voldoende serieus heeft onderhandeld om het perceelsgedeelte minnelijk te verkrijgen.
De Hoge Raad stelt vast dat de eerste administratieve fase van de onteigeningsprocedure onder het oude recht viel omdat het ontwerpbesluit ter inzage was gelegd vóór de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet. Echter, de daarop volgende procedure die na inwerkingtreding van de wet is gestart met een nieuw verzoekbesluit, valt onder het nieuwe recht. De overgangsbepaling van artikel 5.4 Crisis- en herstelwet ziet niet op procedures die na inwerkingtreding opnieuw zijn gestart, ook al betreffen zij hetzelfde perceelsgedeelte.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de Provincie aan haar verplichting uit artikel 17 Onteigeningswet Pro heeft voldaan door een voldoende serieus bod te doen en dat het verweer van Reca-Berg dat onvoldoende is onderhandeld niet slaagt. Het beroep wordt verworpen en het vonnis van vervroegde onteigening blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis tot vervroegde onteigening blijft in stand.